Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0229

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 10 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de eerste categorie “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” en de inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.

Wat de inbreuk “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” betreft: klager ontkent het gebruik van verboden substanties. Hij voert aan dat het een grap betrof en er geen bewijzen voorhanden waren. Bovendien zou de medische dienst beschikken over negatieve urineanalyses waaruit zou blijken dat hij geen verboden substanties heeft gebruikt. De rapporten aan de directeur zijn zeer duidelijk over de vaststellingen dat klager een ‘wit poeder’ op de wandelingen van 17 en 18/07/2025 aan het snuiven was.

De waarnemingen, die voldoende zorgvuldig werden gedaan, kunnen als basis dienen voor de tuchtbeslissing. Klager brengt geen overtuigende argumenten aan die gerede twijfel doen ontstaan over deze vaststellingen van de beambten, zoals genoteerd in de RAD’s en over de ervaring van de beambten in zulk dossiers. Bovendien heeft de medegedetineerde van klager, waarmee hij op de wandeling een verboden substantie aan het snuiven was, de feiten erkend.

Gelet op bovenstaande meent de klachtencommissie dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon verklaren. De waarnemingen door de beambten werden volgens de klachtencommissie voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd.
De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.

Wat betreft de kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” meent de klachtencommissie dat de kwalificatie niet correct en afdoende gemotiveerd is. Het is voor de klachtencommissie niet duidelijk en ook niet gemotiveerd in welke mate klagers gedrag de orde en veiligheid in gevaar heeft gebracht of verstoord. Bovendien wordt in de tuchtbeslissing ook niet gemotiveerd dat het gedrag van klager een verkoop, ruiling, lening, schenking of andere gelijkaardige handeling zou uitmaken. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden.

De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.

Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 10 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is bijgevolg gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.