Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0251

Ongegrond Onontvankelijk KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - FEITELIJK HANDELEN - TUCHT - CAMERABEELDEN

De klacht gaat over het feitelijk handen van de beambten en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Over het feitelijk handelen: de klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van beambten dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit de klacht blijkt niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat zij heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 8 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort opgelegd.

De Basiswet stelt geen bijzonder bewijsstelsel in. Een gevangenisdirecteur kan zich voor het bewijs van een tuchtrechtelijk feit niet alleen steunen op bekentenissen of vaststaande bewijzen, maar ook op getuigenissen en vermoedens. Bij gebrek aan een regeling van de bewijswaarde komt het de directie toe om, binnen de grenzen van de redelijkheid, de bewijswaarde te beoordelen van de gegevens uit het tuchtdossier om tot een bepaalde overtuiging te komen. Een RAD is een gegeven waarop de directie haar beoordeling van het bestaan en de ernst van de feiten kan steunen.

De directie beslist autonoom of zij het bekijken van de camerabeelden nuttig acht. Zij dient zich wel alle nuttige informatie te laten bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het stellen van bijkomende onderzoeksdaden, zoals het opvragen van camerabeelden, is wel nodig indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen.

De precieze handelingen die klager stelde, werden op voldoende gedetailleerde wijze beschreven in het RAD. De klachtencommissie vindt ook niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van het RAD. De directie hoefde in dit dossier de camerabeelden niet te bekijken en kon zich voor het schuldig verklaren van klager aan de feiten louter op het (duidelijke) RAD baseren.

De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen o.a. een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 8 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.