KC06/25-0302
Ongegrond
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - UITVOERING - TEGEMOETKOMING
Klager heeft in eerste instantie een klacht ingediend tegen de beslissing van de directie om hem te onderwerpen aan een naaktfouille. Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing in de eerste plaats de individuele aanwijzingen bevat waarom de directie het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen en/of substanties. Het bewakend personeel had tijdens de wandeling immers gezien hoe klager met zijn hand achterin zijn broek ging en verdachte handelingen verrichte. In diezelfde motivering blijkt bovendien de subsidiariteit van de naaktfouille. De plaats waar klager ogenschijnlijk iets had verstopt, mag immers niet onderzocht worden tijdens een onderzoek aan de kledij. De klachtencommissie besluit dat de beslissing van de directie om klager te onderwerpen aan een naaktfouille voldeed aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. De klacht is ontvankelijk, maar ongegrond.
Klager is het daarnaast niet eens met de manier waarop de naaktfouille werd uitgevoerd. Klager verklaart dat hij moest bukken en hoesten en dat hij werd uitgescholden door een beambte. De directie meent dat deze klacht niet-ontvankelijk is en verwijst hiervoor naar een arrest van de Raad van State van 3 april 2025, waaruit volgt dat tegen de wijze van uitvoering van een beslissing van de directeur geen ontvankelijk beklag kan worden ingesteld. Een wetshistorische en teleologische interpretatie van artikel 148 van de Basiswet laat volgens de Nederlandstalige beroepscommissie daarentegen wél toe om te oordelen dat de ‘(maatregelen tot) uitvoering van een beslissing’ ook beslissingen kunnen uitmaken in de zin van artikel 148 van de Basiswet, zodat ook hier beklag tegen openstaat. De klacht tegen de uitvoering van de naaktfouille is daarom ontvankelijk. De Basiswet bepaalt dat de fouillering op het lichaam geen tergend karakter mag hebben en dient te geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde. Deze principes worden ook herhaald in Collectieve Brieven nr. 141 en nr. 156. De vraag om tijdens een naaktfouille te bukken/hurken, staat niet in de Collectieve Brief nr. 141 opgenomen en werd er bovendien reeds meermaals gesteld dat dit niet toegelaten is omdat dit in strijd is met de eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de verklaringen van klager niet heeft weerlegd in haar verweer. De directie heeft ook geen observatienota of RAD overgemaakt aan de klachtencommissie waaruit blijkt dat het stappenplan wel correct werd uitgevoerd. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille onregelmatig werd uitgevoerd, hetgeen een schending is van de Basiswet in samenhang gelezen met de procedure zoals opgelegd door bijlage 3 bij Collectieve Brief nr. 141. Om deze reden is deze klacht gegrond. Als tegemoetkoming kent de klachtencommissie 10 minuten aan belwaarde toe.
Klager heeft in eerste instantie een klacht ingediend tegen de beslissing van de directie om hem te onderwerpen aan een naaktfouille. Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing in de eerste plaats de individuele aanwijzingen bevat waarom de directie het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen en/of substanties. Het bewakend personeel had tijdens de wandeling immers gezien hoe klager met zijn hand achterin zijn broek ging en verdachte handelingen verrichte. In diezelfde motivering blijkt bovendien de subsidiariteit van de naaktfouille. De plaats waar klager ogenschijnlijk iets had verstopt, mag immers niet onderzocht worden tijdens een onderzoek aan de kledij. De klachtencommissie besluit dat de beslissing van de directie om klager te onderwerpen aan een naaktfouille voldeed aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. De klacht is ontvankelijk, maar ongegrond.
Klager is het daarnaast niet eens met de manier waarop de naaktfouille werd uitgevoerd. Klager verklaart dat hij moest bukken en hoesten en dat hij werd uitgescholden door een beambte. De directie meent dat deze klacht niet-ontvankelijk is en verwijst hiervoor naar een arrest van de Raad van State van 3 april 2025, waaruit volgt dat tegen de wijze van uitvoering van een beslissing van de directeur geen ontvankelijk beklag kan worden ingesteld. Een wetshistorische en teleologische interpretatie van artikel 148 van de Basiswet laat volgens de Nederlandstalige beroepscommissie daarentegen wél toe om te oordelen dat de ‘(maatregelen tot) uitvoering van een beslissing’ ook beslissingen kunnen uitmaken in de zin van artikel 148 van de Basiswet, zodat ook hier beklag tegen openstaat. De klacht tegen de uitvoering van de naaktfouille is daarom ontvankelijk. De Basiswet bepaalt dat de fouillering op het lichaam geen tergend karakter mag hebben en dient te geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde. Deze principes worden ook herhaald in Collectieve Brieven nr. 141 en nr. 156. De vraag om tijdens een naaktfouille te bukken/hurken, staat niet in de Collectieve Brief nr. 141 opgenomen en werd er bovendien reeds meermaals gesteld dat dit niet toegelaten is omdat dit in strijd is met de eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de verklaringen van klager niet heeft weerlegd in haar verweer. De directie heeft ook geen observatienota of RAD overgemaakt aan de klachtencommissie waaruit blijkt dat het stappenplan wel correct werd uitgevoerd. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille onregelmatig werd uitgevoerd, hetgeen een schending is van de Basiswet in samenhang gelezen met de procedure zoals opgelegd door bijlage 3 bij Collectieve Brief nr. 141. Om deze reden is deze klacht gegrond. Als tegemoetkoming kent de klachtencommissie 10 minuten aan belwaarde toe.