KC06/25-0343
Ongegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Fouille op het lichaam
FOUILLERING - VM - VERBODEN SUBSTANTIES
De klachtencommissie stelt vast dat klager enkel de wijze van uitvoering van de fouillering op het lichaam betwist, en meer specifiek het feit dat hij geen handdoek zou hebben gekregen.
Artikel 108, ยง 3 van de Basiswet bepaalt dat de fouillering op het lichaam geen tergend karakter mag hebben en moet geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde. Uit het verweer van de directie blijkt duidelijk dat gedetineerden steeds een handdoek krijgen tijdens een naaktfouillering. De vroegere handdoeken werden recent zelfs vervangen door grotere handdoeken na een opmerking van de klachtencommissie over de grootte ervan. De handdoeken zijn steeds aanwezig in het fouilleringslokaal en worden bij aanvang aan de gedetineerde aangeboden. Zij kunnen die te allen tijde nemen. De klachtencommissie stelt vast dat klager de directie hier ook niet over heeft aangesproken op de tuchtrechtelijke hoorzitting van die volgde op deze naaktfouillering. De klachtencommissie is van oordeel dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij effectief geen handdoek zou hebben gekregen.
Daarnaast dient klager klacht in tegen een voorlopige maatregel. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt duidelijk dat na een naaktfouillering een verboden substantie werd aangetroffen bij klager, die wijst op een dealershoeveelheid. Klager stelt in zijn klacht dat er een verschil zou zijn tussen het precieze gewicht in de diverse rapporten. In de motivering van de voorlopige maatregel wordt nergens een gewicht vermeld. Het geschatte gewicht, namelijk beduidend meer dan drie gram, wijst voldoende op een dealershoeveelheid. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op de feiten en het risico op fysieke afrekening, zoals uitgelegd door de directie, is de klachtencommissie van oordeel dat deze beslissing ook niet onredelijk of onbillijk was. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op onmiddellijke bestraffing.
De klachtencommissie stelt vast dat klager enkel de wijze van uitvoering van de fouillering op het lichaam betwist, en meer specifiek het feit dat hij geen handdoek zou hebben gekregen.
Artikel 108, ยง 3 van de Basiswet bepaalt dat de fouillering op het lichaam geen tergend karakter mag hebben en moet geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde. Uit het verweer van de directie blijkt duidelijk dat gedetineerden steeds een handdoek krijgen tijdens een naaktfouillering. De vroegere handdoeken werden recent zelfs vervangen door grotere handdoeken na een opmerking van de klachtencommissie over de grootte ervan. De handdoeken zijn steeds aanwezig in het fouilleringslokaal en worden bij aanvang aan de gedetineerde aangeboden. Zij kunnen die te allen tijde nemen. De klachtencommissie stelt vast dat klager de directie hier ook niet over heeft aangesproken op de tuchtrechtelijke hoorzitting van die volgde op deze naaktfouillering. De klachtencommissie is van oordeel dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij effectief geen handdoek zou hebben gekregen.
Daarnaast dient klager klacht in tegen een voorlopige maatregel. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt duidelijk dat na een naaktfouillering een verboden substantie werd aangetroffen bij klager, die wijst op een dealershoeveelheid. Klager stelt in zijn klacht dat er een verschil zou zijn tussen het precieze gewicht in de diverse rapporten. In de motivering van de voorlopige maatregel wordt nergens een gewicht vermeld. Het geschatte gewicht, namelijk beduidend meer dan drie gram, wijst voldoende op een dealershoeveelheid. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op de feiten en het risico op fysieke afrekening, zoals uitgelegd door de directie, is de klachtencommissie van oordeel dat deze beslissing ook niet onredelijk of onbillijk was. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op onmiddellijke bestraffing.