Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0350

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’, een tuchtinbreuk van de tweede categorie.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien vermeldt het RAD een getuige en blijkt uit de tuchtzitting dat ook een ander directielid de klager heeft gehoord. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd, waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten.

De klachtencommissie besluit hieruit dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit bovendien dat de directeur de tuchtinbreuk bewezen kon verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 7 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 15 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.

De klachtencommissie is van oordeel dat de opgelegde sanctie ook niet disproportioneel of onbillijk is. Zij neemt hierbij in aanmerking dat klager eerder reeds een voorwaardelijke sanctie opgelegd kreeg wegens gelijkaardige feiten. Bovendien heeft klager de mogelijkheid om wekelijks zijn eventuele frustraties met de directie te bespreken. Niettegenstaande deze overlegmogelijkheden, heeft klager zich opnieuw schuldig gemaakt aan het verweten gedrag.

Om deze redenen is de klacht ongegrond.