KC06/26-0016
Ongegrond
Gegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Tucht
Fouille op het lichaam
TUCHT - FOUILLE LICHAAM
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en een fouille op het lichaam van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de eerste categorie “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
De klachtencommissie meent dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon verklaren. De geurwaarneming werd volgens de klachtencommissie voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.
Klager kon voor de tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 7 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuk. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de directie geen concrete, individuele en actuele elementen aanhaalt waarom men het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties. De directie verwijst naar meerdere voorafgaande observaties. De klachtencommissie heeft echter van deze observaties geen kennisgenomen.
De klachtencommissie dient op te merken dat de bijlage 2 bij de CB nr. 141 niet zorgvuldig werd ingevuld, met name het tijdstip van de fouillering op het lichaam werd door de directie niet ingevuld. De beslissing van de directeur tot fouillering op het lichaam dient voorafgaand aan de eigenlijke fouillering genomen te worden. Vermits door de directie geen uur van de fouillering op het lichaam werd ingevuld, kan de klachtencommissie dus niet nagaan of de fouillering op het lichaam van klager daadwerkelijk na de beslissing van de directie werd uitgevoerd.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 19/01/2026 niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden. De klacht is kennelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en een fouille op het lichaam van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de eerste categorie “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
De klachtencommissie meent dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon verklaren. De geurwaarneming werd volgens de klachtencommissie voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.
Klager kon voor de tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 7 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuk. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de directie geen concrete, individuele en actuele elementen aanhaalt waarom men het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties. De directie verwijst naar meerdere voorafgaande observaties. De klachtencommissie heeft echter van deze observaties geen kennisgenomen.
De klachtencommissie dient op te merken dat de bijlage 2 bij de CB nr. 141 niet zorgvuldig werd ingevuld, met name het tijdstip van de fouillering op het lichaam werd door de directie niet ingevuld. De beslissing van de directeur tot fouillering op het lichaam dient voorafgaand aan de eigenlijke fouillering genomen te worden. Vermits door de directie geen uur van de fouillering op het lichaam werd ingevuld, kan de klachtencommissie dus niet nagaan of de fouillering op het lichaam van klager daadwerkelijk na de beslissing van de directie werd uitgevoerd.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 19/01/2026 niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden. De klacht is kennelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing.