Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0026

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - TELEFONIE

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de wederrechtelijke ontvreemding van goederen. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie verklaard heeft dat zijn voormalig celgenoot een bericht naar de directie ging sturen om te laten weten dat het een vergissing was. Klager mocht een tijdje terug de code van zijn celgenoot gebruiken en dat was hij volgens klager vergeten. De directie bleek geen bericht te hebben ontvangen van de voormalig celgenoot. Volgens de directie klopte het verhaal van klager niet omdat de voormalig celgenoot niet wist dat zijn code door iemand anders werd gebruikt.
De klachtencommissie is in de eerste plaats van oordeel dat het RAD zorgvuldig werd opgesteld en dat het duidelijke vaststellingen bevat. Op basis van die vaststellingen stelt de klachtencommissie vast dat klager het belkrediet van een andere medegedetineerde heeft gebruikt. Volgens klager omdat de medegedetineerde zijn belcode zelf heeft gegeven aan klager. De klachtencommissie meent dat dit geen overtuigend argument is. Indien de medegedetineerde zijn belcode daadwerkelijk had gegeven aan klager, had hij geen melding gemaakt bij het personeel dat iemand zijn telefoonrekening gebruikte achter zijn rug. De klachtencommissie stelt ook vast dat deze melding net gebeurde op de dag dat klager van cel was veranderd. De klachtencommissie besluit dat de directie terecht de tuchtinbreuk heeft weerhouden in hoofde van klager.
De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van de ontzegging van het in artikel 64 bedoelde recht om te telefoneren gedurende dertig dagen. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is dit de maximale sanctie. Bovendien was er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie was. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat het niet onredelijk of onbillijk was om de maximumsanctie op te leggen aangezien uit het tuchtregister van klager blijkt dat hij eerder al tweemaal werd gesanctioneerd voor dezelfde inbreuk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.