TUCHT
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Klager wordt door de directie beschuldigd van het handtekenen van een rapportbriefje in naam van de directie met daarin liefdesboodschappen aan een collega maar klager ontkent dat. Bij het RAD werden de twee documenten in kwestie gevoegd. Het eerste document is een briefje bestemd voor de Bond zonder Naam waarin klager weliswaar een beambte aanschrijft. Hij stelt zichzelf voor en vertelt over zijn studies en hobby’s en vraagt aan haar welke liedjes ze graag luistert. Het tweede document is een formulier bijlage 7 bij Collectieve Brief nr. 124, ook wel verklaring weigering te worden gehoord, dat klager zelf heeft ingevuld en ondertekend in naam van de beambte aan wie hij het rapportbriefje heeft gericht. Uit de dossierstukken blijkt dat noch klager, noch zijn advocaat, tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting hebben ontkend dat klager de twee documenten heeft geschreven. De klachtencommissie meent uit deze documenten af te leiden dat klager een fixatie heeft op een vrouwelijke beambte. De klachtencommissie meent dat de beambte zich hierdoor ongemakkelijk kan gevoeld hebben waardoor de directie de tuchtinbreuk van de aantasting of de bedreiging van de psychische integriteit terecht bewezen heeft verklaard. Conform artikel 143, §4, vierde lid van de Basiswet besliste de directeur om de voorwaardelijke tuchtsanctie van zeven dagen ATV die eerder werd opgelegd, in uitvoering te brengen. De klachtencommissie is van oordeel dat dit geen onredelijke of onbillijke sanctie is. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Klager wordt door de directie beschuldigd van het handtekenen van een rapportbriefje in naam van de directie met daarin liefdesboodschappen aan een collega maar klager ontkent dat. Bij het RAD werden de twee documenten in kwestie gevoegd. Het eerste document is een briefje bestemd voor de Bond zonder Naam waarin klager weliswaar een beambte aanschrijft. Hij stelt zichzelf voor en vertelt over zijn studies en hobby’s en vraagt aan haar welke liedjes ze graag luistert. Het tweede document is een formulier bijlage 7 bij Collectieve Brief nr. 124, ook wel verklaring weigering te worden gehoord, dat klager zelf heeft ingevuld en ondertekend in naam van de beambte aan wie hij het rapportbriefje heeft gericht. Uit de dossierstukken blijkt dat noch klager, noch zijn advocaat, tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting hebben ontkend dat klager de twee documenten heeft geschreven. De klachtencommissie meent uit deze documenten af te leiden dat klager een fixatie heeft op een vrouwelijke beambte. De klachtencommissie meent dat de beambte zich hierdoor ongemakkelijk kan gevoeld hebben waardoor de directie de tuchtinbreuk van de aantasting of de bedreiging van de psychische integriteit terecht bewezen heeft verklaard. Conform artikel 143, §4, vierde lid van de Basiswet besliste de directeur om de voorwaardelijke tuchtsanctie van zeven dagen ATV die eerder werd opgelegd, in uitvoering te brengen. De klachtencommissie is van oordeel dat dit geen onredelijke of onbillijke sanctie is. Om deze redenen is de klacht ongegrond.