Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0057

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing, waarmee hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd wordt voor 'de opzettelijke aantasting van de orde' en 'het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel'.

De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien vermeldt het RAD de verpleegster als getuige. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd, waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie stelt ten slotte vast dat de directie in de motivering van haar beslissing ook verwijst naar voorgaande tuchtrechtelijke zittingen, tijdens dewelke klager werd aangesproken over gelijkaardige gedragingen.

De klachtencommissie besluit hieruit dat klager verschillende kansen heeft gehad om de instructies van het personeel op te volgen, hetgeen hij alsnog heeft nagelaten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten.

De directeur legde een tuchtsanctie op in de vorm van 15 dagen ATV. Bij samenloop van tuchtrechtelijke inbreuken worden deze bestraft als één inbreuk, die behoort tot dezelfde categorie als de categorie van de zwaarste inbreuk. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.

De klachtencommissie is echter van oordeel dat de opgelegde tuchtsanctie onredelijk en onbillijk is, gelet op de volgende elementen.

Klager heeft gedurende een periode van ongeveer zeven weken zijn voorgeschreven medicatie, die normaliter wekelijks dient te worden toegediend, niet ontvangen, ondanks een tijdige aanvraag. Uit het dossier blijkt bovendien dat klager in die periode herhaaldelijk en op correcte wijze navraag heeft gedaan naar de stand van zaken, zonder dat hem duidelijke of verifieerbare informatie werd verstrekt.

Daarbij komt dat klager aannemelijk maakt dat hij deze medicatie voordien zonder problemen ontving in de gevangenis van Gent, hetgeen vragen oproept omtrent de organisatie en opvolging van zijn medische behandeling in de huidige instelling.

De klachtencommissie stelt verder vast dat klager door het uitblijven van de medicatie zichtbare en ernstige medische gevolgen heeft ondervonden, waaronder ontstekingen en letsels.

In deze omstandigheden acht de klachtencommissie het begrijpelijk dat klager aandrong op duidelijkheid omtrent de bestelling en levering van zijn medicatie. De klachtencommissie houdt er rekening mee dat de feiten zich situeren in een context van medische onzekerheid, hetgeen het gedrag van klager mede kan verklaren.

Tegen deze achtergrond acht de klachtencommissie de opgelegde tuchtsanctie disproportioneel.

Om deze redenen is de klacht gegrond.

De klachtencommissie legt de directie op om de tuchtbeslissing te wijzigen naar een sanctie van vijf dagen en dit overeenkomstig te registreren in het tuchtregister van klager.