Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0062

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - RECHTEN VAN VERDEDIGING

Uit de toelichting van de directie blijkt dat de raadsvrouw aanwezig was op de tuchtzitting, maar niet werd toegelaten om klager te vertegenwoordigen, omdat hij zich op dat moment nog in de inrichting bevond. Volgens de directie bepaalt de Basiswet dat een gedetineerde zich mag laten bijstaan door een raadsman, maar geen recht op vertegenwoordiging. De persoonlijke aanwezigheid van de gedetineerde blijft dus het uitgangspunt.

Hoewel de Basiswet niet voorziet in een recht op vertegenwoordiging, acht de klachtencommissie de weigering om de advocaat tot de tuchtzitting toe te laten onredelijk. De advocaat beschikte namelijk over een mandaat om klager te vertegenwoordigen. Daarnaast blijkt uit de stukken dat klager reeds negen minuten na de aanvang van de tuchtzitting de inricht heeft verlaten, waardoor zijn persoonlijke verschijning moeilijk haalbaar was. Bovendien had de directie, indien zij de persoonlijke aanwezigheid van klager noodzakelijk achtte, de tuchtzitting kunnen uitstellen naar een tijdstip waarop zijn aanwezigheid praktisch haalbaar was en hij de zitting volledig kon bijwonen.

De klacht is bijgevolg gegrond.