TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting erkent klager dat hij voorgeschreven medicatie meenam naar het bezoek, dit omwille van de vrees dat zijn celgenoten deze van hem zouden stelen. Klager herhaalt dit argument in zijn klacht maar meent dat hij hiermee niets fout heeft gedaan. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en verwijst in de motivering naar drie afzonderlijke regels uit het huishoudelijk reglement:
1) “Als algemene regel geldt dat via het bezoek of naar aanleiding van een strafuitvoeringsmodaliteit geen voorwerpen kunnen worden binnengebracht.” Volgens de klachtencommissie is deze bepaling uit het huishoudelijk reglement niet relevant in het voorliggend dossier, nu de directie niet motiveert waarom zij géén geloof hecht aan het verhaal van klager dat de medicatie aan hem toebehoort maar door hem werd meegenomen naar het bezoek uit vrees voor diefstal door zijn celgenoten. Het is dan ook niet zo (minstens niet bewezen) dat de medicatie werd binnengebracht via het bezoek.
2) “Het is, conform de bepalingen van het huishoudelijk reglement, niet toegelaten zaken mee te nemen naar het bezoekcomplex.” De klachtencommissie stelt vast dat nergens in het huishoudelijk reglement van de gevangenis wordt bepaald welke zaken wel of niet mogen worden meegenomen naar het gewoon bezoek. De Collectieve brief nr. 113 bepaalt dat wanneer deze regels niet nauwkeurig bepaald worden in het huishoudelijk reglement, de gedetineerde er niet voor gesanctioneerd kan worden.
3) “Tevens is het verdacht te beschouwen dat de verpakking op eigen initiatief werd toegebrand. Betrokkene dient de voorwerpen te gebruiken zoals voorzien.” Hoewel het huishoudelijk reglement inderdaad voorziet dat voorwerpen niet mogen worden afgewend van hun normaal gebruik (p. 10), meent de klachtencommissie dat er een veel duidelijkere bepaling is inzake het bezit van medicatie, waar de directie naar had moeten verwijzen. Het huishoudelijk reglement (p. 9) bepaalt immers dat het de gedetineerde toegelaten is om bepaalde voorwerpen die deel uitmaken van het dagelijkse leven van de gedetineerde, in de verblijfsruimte te hebben. Volgens de klachtencommissie moest klager zijn medicatie ingevolge deze bepaling op cel bewaren.
De klachtencommissie laat de kwalificatie van de inbreuk overeind, doch schrapt de motivering ervan en stelt haar uitspraak op dit punt in de plaats.
Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg een sanctie van 10 dagen ATV waarvan 5 dagen effectief en 5 dagen voorwaardelijk gedurende één maand. De klachtencommissie oordeelt dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is gedeeltelijk gegrond.
- De bestreden beslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft het deel van de motivering dat verwijst naar enerzijds het binnenbrengen van voorwerpen via bezoek en anderzijds het niet-toegelaten zijn om zaken mee te nemen naar het bezoekcomplex.
- De klachtencommissie stelt haar motivering in de plaats.
- De beslissing blijft overeind voor wat betreft de kwalificatie en de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie.
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting erkent klager dat hij voorgeschreven medicatie meenam naar het bezoek, dit omwille van de vrees dat zijn celgenoten deze van hem zouden stelen. Klager herhaalt dit argument in zijn klacht maar meent dat hij hiermee niets fout heeft gedaan. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en verwijst in de motivering naar drie afzonderlijke regels uit het huishoudelijk reglement:
1) “Als algemene regel geldt dat via het bezoek of naar aanleiding van een strafuitvoeringsmodaliteit geen voorwerpen kunnen worden binnengebracht.” Volgens de klachtencommissie is deze bepaling uit het huishoudelijk reglement niet relevant in het voorliggend dossier, nu de directie niet motiveert waarom zij géén geloof hecht aan het verhaal van klager dat de medicatie aan hem toebehoort maar door hem werd meegenomen naar het bezoek uit vrees voor diefstal door zijn celgenoten. Het is dan ook niet zo (minstens niet bewezen) dat de medicatie werd binnengebracht via het bezoek.
2) “Het is, conform de bepalingen van het huishoudelijk reglement, niet toegelaten zaken mee te nemen naar het bezoekcomplex.” De klachtencommissie stelt vast dat nergens in het huishoudelijk reglement van de gevangenis wordt bepaald welke zaken wel of niet mogen worden meegenomen naar het gewoon bezoek. De Collectieve brief nr. 113 bepaalt dat wanneer deze regels niet nauwkeurig bepaald worden in het huishoudelijk reglement, de gedetineerde er niet voor gesanctioneerd kan worden.
3) “Tevens is het verdacht te beschouwen dat de verpakking op eigen initiatief werd toegebrand. Betrokkene dient de voorwerpen te gebruiken zoals voorzien.” Hoewel het huishoudelijk reglement inderdaad voorziet dat voorwerpen niet mogen worden afgewend van hun normaal gebruik (p. 10), meent de klachtencommissie dat er een veel duidelijkere bepaling is inzake het bezit van medicatie, waar de directie naar had moeten verwijzen. Het huishoudelijk reglement (p. 9) bepaalt immers dat het de gedetineerde toegelaten is om bepaalde voorwerpen die deel uitmaken van het dagelijkse leven van de gedetineerde, in de verblijfsruimte te hebben. Volgens de klachtencommissie moest klager zijn medicatie ingevolge deze bepaling op cel bewaren.
De klachtencommissie laat de kwalificatie van de inbreuk overeind, doch schrapt de motivering ervan en stelt haar uitspraak op dit punt in de plaats.
Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg een sanctie van 10 dagen ATV waarvan 5 dagen effectief en 5 dagen voorwaardelijk gedurende één maand. De klachtencommissie oordeelt dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is gedeeltelijk gegrond.
- De bestreden beslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft het deel van de motivering dat verwijst naar enerzijds het binnenbrengen van voorwerpen via bezoek en anderzijds het niet-toegelaten zijn om zaken mee te nemen naar het bezoekcomplex.
- De klachtencommissie stelt haar motivering in de plaats.
- De beslissing blijft overeind voor wat betreft de kwalificatie en de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie.