Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0144

Ongegrond Onontvankelijk KC - Dendermonde Klachtencommissie Andere beslissing directeur Voorlopige maatregel Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - UITVOERING - BEVEILIGDE CEL - TUCHT - OVERPLAATSING

-Fouillering op het lichaam

De beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam betreft een beslissing van de directeur en valt bijgevolg binnen de bevoegdheid van de klachtencommissie. Klager heeft op 29 mei 2026 kennisgenomen van de beslissing tot het opleggen van de fouillering op het lichaam, die plaatsvond op 28 mei 2026. Hoewel de klacht niet gedateerd is, werd zij door de klachtencommissie ontvangen op 3 juni 2026. Hieruit volgt dat de klacht uiterlijk op die datum werd ingediend, zodat zij werd neergelegd binnen de termijn van zeven dagen na de kennisname van de beslissing. De klacht werd bovendien voldoende nauwkeurig omschreven.

De klacht is ontvankelijk.

De beslissing tot fouillering op het lichaam was gebaseerd op concrete en individuele aanwijzingen. Klager had twee dagen voordien in de gevangenis van Gent een medegedetineerde fysiek aangevallen, waardoor hij werd overgeplaatst naar de gevangenis van Dendermonde. Gelet op de ernst van die feiten, was het gerechtvaardigd om na te gaan of hij bij zijn aankomst in de gevangenis van Dendermonde geen gevaarlijke voorwerpen bij zich droeg, teneinde de fysieke integriteit van personeelsleden en medegedetineerden te beschermen.

Een kledijfouille was in deze omstandigheden onvoldoende, aangezien daarmee niet kan worden uitgesloten dat gevaarlijke voorwerpen worden verborgen op lichaamsplaatsen, die niet via een kledijfouille kunnen worden gecontroleerd.

De klacht is om deze redenen niet gegrond.

-Uitvoering voorlopige maatregel 27 mei 2026

Volgens zijn eigen uiteenzetting vonden deze feiten plaats op 27 mei 2026, toen hij in de gevangenis van Gent verbleef.

De klacht heeft aldus betrekking op feiten, die verband houden met de uitvoering van de voorlopige maatregel in de gevangenis van Gent. De klachtencommissie van de gevangenis van Dendermonde is niet bevoegd om over deze feiten uitspraak te doen.

De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

-Voorlopige maatregel 28 mei 2026

De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd, omdat zij van oordeel was dat er sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Klager werd geplaatst in een beveiligde cel en werd uitgesloten van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten.

Uit het dossier blijkt dat klager kort voor zijn overbrenging naar de gevangenis van Dendermonde betrokken was bij bijzonder ernstige feiten in de gevangenis van Gent. Hij heeft zijn celgenoot geslagen en diezelfde nacht de cel gebarricadeerd. Deze feiten vormden een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De omstandigheid dat klager nadien, wegens de feiten, werd overgebracht naar de gevangenis van Dendermonde neemt het daaruit voortvloeiende veiligheidsrisico niet weg. De directie van Dendermonde mocht, op basis van de recente en ernstige feiten, redelijkerwijze een voorlopige maatregel opleggen, teneinde de interne veiligheid te waarborgen in afwachting van de tuchtprocedure.

-Tucht

Artikel 127, § 4 van de Basiswet bepaalt dat een tuchtsanctie kan worden opgelegd of uitgevoerd in een andere gevangenis dan die waarin de tuchtrechtelijke inbreuk werd gepleegd of waarin het rapport aan de directeur werd opgesteld.

In dit dossier heeft de directeur van de gevangenis van Dendermonde de tuchtprocedure gevoerd op basis van rapporten aan de directeur, die werden opgesteld in de gevangenis van Gent.

De klachtencommissie stelt vast dat de rapporten aan de directeur op een duidelijke wijze werden opgesteld. De drie rapporten zijn afkomstig van verschillende penitentiaire beambten en één rapport vermeldt bovendien een getuige. Klager heeft verder geen concrete of overtuigende elementen aangebracht, die doen twijfelen aan de juistheid van deze rapporten. Integendeel, tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting erkende hij dat hij de cel had gebarricadeerd en een broodmes en een wc-bril had genomen.

Daarnaast stelt de klachtencommissie vast dat klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting uitdrukkelijk verklaarde dat een tuchtsanctie onder de vorm van ATV geen probleem zou vormen.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op van 30 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie bedraagt de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV. De opgelegde sanctie is dan ook wettig.

Rekening houdend met de ernst van de vastgestelde feiten, met name het barricaderen van de cel, het gebruik van een broodmes om te dreigen en het gepleegde geweld ten aanzien van de celgenoot, is de klachtencommissie van oordeel dat de opgelegde tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk is.

Om bovenstaande redenen is de klacht niet gegrond.