TUCHT - GEINTERNEERDE - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
Een gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, 1) de ten laste gelegde feiten bewezen acht en 2) de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.
De directie moet nagaan of een gedetineerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor bepaalde feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze verplichting van de directie vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de inbreuk een geïnterneerde is.
Volgens een communicatie van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen van 26 april 2021 dient elke directeur die een tuchtprocedure wenst te voeren ten aanzien van een geïnterneerde, wanneer hij op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, deze afweging uitdrukkelijk op te nemen in de motivering van de tuchtbeslissing.
De bewoordingen “Gelet op dat de directeur van oordeel is dat ondanks de psychiatrische toestand van betrokkene, deze weldegelijk beseft wat wel en niet kan en hier een tuchtsanctie ook gepast is” volstaan niet als motivering voor het toerekenen van de tuchtrechtelijke inbreuk aan de geïnterneerde.
De tussenkomst van een psychiater ontbreekt in dit dossier. Ook verder zijn er geen documenten of verklaringen die werden toegevoegd of getuigen die werden bevraagd opdat deze iets konden bijbrengen over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
De klachtencommissie kent aan de klager de volgende tegemoetkoming toe: negentig (90) minuten extra beltijd, die aan klager moeten worden toegekend binnen een termijn van 2 maanden volgend op deze beslissing.
De klachtencommissie verwijst naar uitspraken van de Franstalige Beroepscommissie en de Raad van State waarin gesteld wordt dat het toekennen van beltijd of belminuten niet gezien wordt als een "financiële" tegemoetkoming in de zin van de Basiswet.
Een gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, 1) de ten laste gelegde feiten bewezen acht en 2) de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.
De directie moet nagaan of een gedetineerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor bepaalde feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze verplichting van de directie vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de inbreuk een geïnterneerde is.
Volgens een communicatie van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen van 26 april 2021 dient elke directeur die een tuchtprocedure wenst te voeren ten aanzien van een geïnterneerde, wanneer hij op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, deze afweging uitdrukkelijk op te nemen in de motivering van de tuchtbeslissing.
De bewoordingen “Gelet op dat de directeur van oordeel is dat ondanks de psychiatrische toestand van betrokkene, deze weldegelijk beseft wat wel en niet kan en hier een tuchtsanctie ook gepast is” volstaan niet als motivering voor het toerekenen van de tuchtrechtelijke inbreuk aan de geïnterneerde.
De tussenkomst van een psychiater ontbreekt in dit dossier. Ook verder zijn er geen documenten of verklaringen die werden toegevoegd of getuigen die werden bevraagd opdat deze iets konden bijbrengen over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
De klachtencommissie kent aan de klager de volgende tegemoetkoming toe: negentig (90) minuten extra beltijd, die aan klager moeten worden toegekend binnen een termijn van 2 maanden volgend op deze beslissing.
De klachtencommissie verwijst naar uitspraken van de Franstalige Beroepscommissie en de Raad van State waarin gesteld wordt dat het toekennen van beltijd of belminuten niet gezien wordt als een "financiële" tegemoetkoming in de zin van de Basiswet.