KC09/23-0087
Ongegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
Klager werd onder een BVM geplaatst naar aanleiding van een incident op cel. Deze BVM hield in: verbod op vuur en scherpe voorwerpen, verbod op activiteiten in groep, observatie tijdens de nacht en de dag, verplicht verblijf in de hem toegewezen ruimte en enkel wanneer zijn toestand voldoende gestabiliseerd zou zijn kan hij verblijven op een monocel.
Hierna besloot de directie de BVM te verlengen omdat de houding van klager nog steeds zeer wisselend was: soms meegaand en eerder aangenaam, maar op andere momenten (en tegen andere mensen) eerder negatief en dwingend. De directie besloot wel om de BVM geleidelijk te versoepelen. Zo mocht hij deelnemen aan 3 gemeenschappelijke wandelingen per week.
Later besloot de directie om de BVM opnieuw te verlengen. Deze beslissing is het voorwerp van voorliggend dossier. In de beslissing van de directie worden volgende elementen aangehaald die ervoor zorgden dat de directie van oordeel was dat er nog steeds ernstige aanwijzingen voor een gevaar voor de orde of de veiligheid bestonden: Eerst heeft klager zijn bed verschoven en weigerde hij dit terug te plaatsen, vervolgens eiste de klager tijdens de nacht vuur en toen hem dit werd geweigerd dreigde hij zijn cel af te breken en drie opgespaarde diazepams in te nemen, later ging hij in een hongerstaking en werd er een hoeveelheid opgespaarde medicatie in zijn koelkast gevonden en tot slot stelde hij dat hij voor 500 euro gerust een vrouw zou kunnen vermoorden.
Omdat klager zijn hongerstaking stopzette en de directie in de dagen erna geen signalen meer kreeg van ongepast gedrag, besloot de directie wel om de BVM verder te versoepelen en het vuurverbod op te heffen.
Op basis van de uitvoerig beschreven nieuwe incidenten kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er nog steeds een gevaar voor de orde bestond. De verlenging van de BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen.
Klager toont niet aan dat ten aanzien van hem een meer verregaande observatie tijdens de nacht werd toegepast dan de controles die in een normaal regime ten aanzien van elke gedetineerde worden uitgevoerd.
De klacht is ongegrond.
Klager werd onder een BVM geplaatst naar aanleiding van een incident op cel. Deze BVM hield in: verbod op vuur en scherpe voorwerpen, verbod op activiteiten in groep, observatie tijdens de nacht en de dag, verplicht verblijf in de hem toegewezen ruimte en enkel wanneer zijn toestand voldoende gestabiliseerd zou zijn kan hij verblijven op een monocel.
Hierna besloot de directie de BVM te verlengen omdat de houding van klager nog steeds zeer wisselend was: soms meegaand en eerder aangenaam, maar op andere momenten (en tegen andere mensen) eerder negatief en dwingend. De directie besloot wel om de BVM geleidelijk te versoepelen. Zo mocht hij deelnemen aan 3 gemeenschappelijke wandelingen per week.
Later besloot de directie om de BVM opnieuw te verlengen. Deze beslissing is het voorwerp van voorliggend dossier. In de beslissing van de directie worden volgende elementen aangehaald die ervoor zorgden dat de directie van oordeel was dat er nog steeds ernstige aanwijzingen voor een gevaar voor de orde of de veiligheid bestonden: Eerst heeft klager zijn bed verschoven en weigerde hij dit terug te plaatsen, vervolgens eiste de klager tijdens de nacht vuur en toen hem dit werd geweigerd dreigde hij zijn cel af te breken en drie opgespaarde diazepams in te nemen, later ging hij in een hongerstaking en werd er een hoeveelheid opgespaarde medicatie in zijn koelkast gevonden en tot slot stelde hij dat hij voor 500 euro gerust een vrouw zou kunnen vermoorden.
Omdat klager zijn hongerstaking stopzette en de directie in de dagen erna geen signalen meer kreeg van ongepast gedrag, besloot de directie wel om de BVM verder te versoepelen en het vuurverbod op te heffen.
Op basis van de uitvoerig beschreven nieuwe incidenten kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er nog steeds een gevaar voor de orde bestond. De verlenging van de BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen.
Klager toont niet aan dat ten aanzien van hem een meer verregaande observatie tijdens de nacht werd toegepast dan de controles die in een normaal regime ten aanzien van elke gedetineerde worden uitgevoerd.
De klacht is ongegrond.