KC09/23-0107
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - MOTIVERING
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie, een rapport aan de directeur (“RAD”) en beslissingen die genomen zouden zijn tot fouillering op het lichaam, ordemaatregel, voorlopige maatregel en afzetting werk.
Het RAD op zich is geen beslissing door of namens de gevangenisdirectie. Het RAD wordt opgesteld door een beambte en de directie kiest of zij hier al dan niet gevolg aan geeft. Daarnaast duidt klager bovenaan het klachtenformulier aan dat hij klacht indient tegen beslissingen die genomen zouden zijn tot fouillering op het lichaam, ordemaatregel, voorlopige maatregel en afzetting werk. Klager geeft geen verdere uitleg over deze beslissingen of waarom hij het hier niet mee eens is. Volgens de directie werden er geen dergelijke beslissingen ten aanzien van klager genomen. De klachtencommissie ziet geen reden om hier aan te twijfelen. De klacht is wat deze aspecten betreft dan ook niet-ontvankelijk.
Klager vermeldde de verkeerde datum op zijn klachtenformulier i.v.m. de klacht tegen de tuchtbeslissing. De vermelding van een foute datum leidt niet tot de niet-ontvankelijkheid van de klacht.
De klacht is naar voorwerp ontvankelijk. De klacht werd opgesteld in het Frans. De klachtencommissie stelt vast dat het duidelijk is over welke beslissing klager klaagt en wat de redenen van zijn klacht zijn. Het loutere feit dat de klacht in het Frans werd opgesteld leidt niet tot de niet-ontvankelijkheid van de klacht.
Klager werd schuldig bevonden aan 2 tuchtrechtelijke inbreuken van de tweede categorie, namelijk “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden” en “het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”). Wanneer er geen tegenaanwijzingen zijn, kan de directeur zich in principe baseren op rapporten van penitentiair beambten om tuchtfeiten en hun ernst te beoordelen. Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd tijdens de tuchtrechtelijke
hoorzitting, maar weigerde naar de hoorzitting te komen. Hij heeft hiermee zichzelf de kans ontnomen om eventuele tegenaanwijzingen aan te voeren. De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het rapport aan de directeur, dat de feiten precies beschrijft, en de feiten als bewezen beschouwen. De tuchtbeslissing is niet onwettig, noch onredelijk. De klacht is ongegrond.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie, een rapport aan de directeur (“RAD”) en beslissingen die genomen zouden zijn tot fouillering op het lichaam, ordemaatregel, voorlopige maatregel en afzetting werk.
Het RAD op zich is geen beslissing door of namens de gevangenisdirectie. Het RAD wordt opgesteld door een beambte en de directie kiest of zij hier al dan niet gevolg aan geeft. Daarnaast duidt klager bovenaan het klachtenformulier aan dat hij klacht indient tegen beslissingen die genomen zouden zijn tot fouillering op het lichaam, ordemaatregel, voorlopige maatregel en afzetting werk. Klager geeft geen verdere uitleg over deze beslissingen of waarom hij het hier niet mee eens is. Volgens de directie werden er geen dergelijke beslissingen ten aanzien van klager genomen. De klachtencommissie ziet geen reden om hier aan te twijfelen. De klacht is wat deze aspecten betreft dan ook niet-ontvankelijk.
Klager vermeldde de verkeerde datum op zijn klachtenformulier i.v.m. de klacht tegen de tuchtbeslissing. De vermelding van een foute datum leidt niet tot de niet-ontvankelijkheid van de klacht.
De klacht is naar voorwerp ontvankelijk. De klacht werd opgesteld in het Frans. De klachtencommissie stelt vast dat het duidelijk is over welke beslissing klager klaagt en wat de redenen van zijn klacht zijn. Het loutere feit dat de klacht in het Frans werd opgesteld leidt niet tot de niet-ontvankelijkheid van de klacht.
Klager werd schuldig bevonden aan 2 tuchtrechtelijke inbreuken van de tweede categorie, namelijk “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden” en “het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”). Wanneer er geen tegenaanwijzingen zijn, kan de directeur zich in principe baseren op rapporten van penitentiair beambten om tuchtfeiten en hun ernst te beoordelen. Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd tijdens de tuchtrechtelijke
hoorzitting, maar weigerde naar de hoorzitting te komen. Hij heeft hiermee zichzelf de kans ontnomen om eventuele tegenaanwijzingen aan te voeren. De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het rapport aan de directeur, dat de feiten precies beschrijft, en de feiten als bewezen beschouwen. De tuchtbeslissing is niet onwettig, noch onredelijk. De klacht is ongegrond.