Ga verder naar de inhoud

KC09/23-0197

Ongegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager werd schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie, namelijk “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) over klager.

Naast de beambte die het RAD opstelde, was er nog een andere beambte getuige van de feiten. Wanneer er geen tegenaanwijzingen zijn, kan de directeur zich in principe baseren op rapporten van penitentiair beambten om tuchtfeiten en hun ernst te beoordelen. Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en had daar de mogelijkheid om eventuele tegenaanwijzingen aan te brengen. Klager weigerde echter naar de hoorzitting te komen, waardoor hij zichzelf die mogelijkheid heeft ontnomen. Hij handtekende ook de verklaring dat hij weigerde gehoord te worden.
De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het rapport aan de directeur en de tuchtinbreuk als bewezen beschouwen.

De directie kan voor een inbreuk van de eerste categorie namelijk een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 5 dagen ATV en kreeg dus een betrekkelijk milde straf in verhouding met de gepleegde inbreuk. De tuchtsanctie is niet onredelijk.