TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
Er werd ten aanzien van klager een tuchtbeslissing genomen omdat de directie klager schuldig bevond aan de tuchtinbreuken “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” en “het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis”. Klager kreeg een tuchtsanctie van 15 dagen ATV waarvan 10 dagen voorwaardelijk.
De directie verwijst naar “alle beschikbare informatie”, maar er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De directie stelt dat uit het RAD blijkt dat klager “zeer coherent” was op het moment van de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie leest in de RAD echter geen elementen die verband houden met de geestestoestand van klager. In het RAD worden enkel de zaken opgesomd die werden gevonden tijdens een celcontrole. In het RAD wordt beschreven hoe een PBA gedetineerden ziet en dat deze gedetineerden niet reageren wanneer de PBA hen aanspreekt. Omdat klager geïnterneerd is, is er een vermoeden dat zijn psychiatrische problematiek een invloed kan hebben op zijn schuldbekwaamheid. De directie kan individuele aanwijzingen aanbrengen die kunnen aantonen dat de gedetineerde toch schuldbekwaam is op het moment van de feiten en de bestraffing. Dit kan bijvoorbeeld een advies van de PSD-psychiater zijn.
In voorliggende zaak verwijst de directie enkel naar twee RAD waaruit zou moeten blijken dat klager zeer coherent was op het moment van de feiten. De klachtencommissie leest, in tegenstelling tot de directie, in deze RAD echter géén individuele aanwijzingen waaruit blijkt dat betrokkene zeer coherent was op het moment van de feiten / de inbreuken of op basis waarvan het vermoeden van schuldonbekwaamheid weerlegd wordt.
De directie motiveert met andere woorden op geen enkele manier waarom de feiten, ondanks zijn statuut als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.
Er werd ten aanzien van klager een tuchtbeslissing genomen omdat de directie klager schuldig bevond aan de tuchtinbreuken “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” en “het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis”. Klager kreeg een tuchtsanctie van 15 dagen ATV waarvan 10 dagen voorwaardelijk.
De directie verwijst naar “alle beschikbare informatie”, maar er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De directie stelt dat uit het RAD blijkt dat klager “zeer coherent” was op het moment van de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie leest in de RAD echter geen elementen die verband houden met de geestestoestand van klager. In het RAD worden enkel de zaken opgesomd die werden gevonden tijdens een celcontrole. In het RAD wordt beschreven hoe een PBA gedetineerden ziet en dat deze gedetineerden niet reageren wanneer de PBA hen aanspreekt. Omdat klager geïnterneerd is, is er een vermoeden dat zijn psychiatrische problematiek een invloed kan hebben op zijn schuldbekwaamheid. De directie kan individuele aanwijzingen aanbrengen die kunnen aantonen dat de gedetineerde toch schuldbekwaam is op het moment van de feiten en de bestraffing. Dit kan bijvoorbeeld een advies van de PSD-psychiater zijn.
In voorliggende zaak verwijst de directie enkel naar twee RAD waaruit zou moeten blijken dat klager zeer coherent was op het moment van de feiten. De klachtencommissie leest, in tegenstelling tot de directie, in deze RAD echter géén individuele aanwijzingen waaruit blijkt dat betrokkene zeer coherent was op het moment van de feiten / de inbreuken of op basis waarvan het vermoeden van schuldonbekwaamheid weerlegd wordt.
De directie motiveert met andere woorden op geen enkele manier waarom de feiten, ondanks zijn statuut als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.