KC09/24-0018
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
KANTINE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
De klacht over het niet leveren van bepaalde kantineproducten is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie volgt de Nederlandstalige Beroepscommissie die oordeelde dat de kantinedienst deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en functioneert onder de verantwoordelijkheid van de directie, waardoor de directie dus ook verantwoordelijk is voor de correcte levering van bestelde gebruiks- en verbruiksgoederen en klachten hierover ontvankelijk kunnen zijn.
Klager stelt in voorliggende klacht dat zijn bestelling (blauwe balpennen en een blikopener) al 4 weken niet geleverd wordt. De directie betwist dit niet. Uit de verdere klachten blijkt dat het probleem ook nog veel langer bleef aanslepen en te maken had met een tijdelijk niet voorradig zijn van bepaalde goederen bij de leverancier waarmee de gevangenis een overeenkomst heeft.
De klachtencommissie acht het enerzijds onredelijk dat de directie klager in het ongewisse liet over de reden waarom de levering van zijn bestelling uitbleef. Daarnaast acht de klachtencommissie het eveneens onredelijk dat de directie, wetende dat het probleem reeds verschillende weken aansleepte, niet bekeken heeft hoe zij eventueel in een alternatief kon voorzien. Klager haalt bijvoorbeeld aan dat hij bonen in blik had gekocht, die hij zonder blikopener niet kon nuttigen. Naar het oordeel van de klachtencommissie was het een kleine moeite geweest om aan klager tijdelijk een blikopener uit te lenen ofwel zijn blikken voor hem te openen.
De klachten over het gegeven dat klager in de gevangenis van Gent
1) geen blikopener krijgt;
2) beperkt zou worden in zijn telefonie;
3) niet voldoende eten zou krijgen;
4) geen werk zou krijgen;
5) op 29 december 2023 niet zou hebben mogen deelnemen aan de fitness;
zijn niet-ontvankelijk omdat:
1) klager zich beklaagt over het personeel die een blikopener zou hebben afgenomen. Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing van de directie. Hij stelt ook niet dat hij aan de directie een blikopener op cel vroeg en dat de directie dit weigerde. Er is de klachtencommissie geen rechtsgrond bekend waaruit een wettelijke verplichting voortvloeit voor de directie om aan elke gedetineerde standaard een blikopener ter beschikking te stellen.
2) klager in het verleden al verschillende klachten indiende over beperkingen die zouden zijn opgelegd aan zijn telefonie. De directie gaf telkens te kennen dat er geen restricties inzake telefonie ten aanzien van klager werden opgelegd. Ook nu stelt de directie dat er geen beslissing door haar werd genomen die het voorwerp zou kunnen zijn van de klacht van klager. De klachtencommissie ziet geen reden om hieraan te twijfelen.
3) klager zijn klacht niet in verband brengt met een beslissing door of namens de directie. In een eerder dossier kwam aan bod dat aan klager wel degelijk maaltijden werden aangeboden, maar dat klager gewoon niet alles lust. De klachtencommissie ziet geen redenen om aan te nemen dat aan klager te weinig of minder maaltijden dan aan andere gedetineerden zouden worden gegeven.
4) klager niet naar een beslissing van de directeur van een bepaalde datum verwijst waarbij hem werk voor een bepaalde functie werd geweigerd, noch welk werk hij zou willen of zou hebben aangevraagd.
5) klager naar gedrag van het personeel verwijst, zonder dit gedrag in verband te brengen met een beslissing door of namens de directeur, noch met een verzuim van de directie om een beslissing te nemen.
De klacht over het niet leveren van bepaalde kantineproducten is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie volgt de Nederlandstalige Beroepscommissie die oordeelde dat de kantinedienst deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en functioneert onder de verantwoordelijkheid van de directie, waardoor de directie dus ook verantwoordelijk is voor de correcte levering van bestelde gebruiks- en verbruiksgoederen en klachten hierover ontvankelijk kunnen zijn.
Klager stelt in voorliggende klacht dat zijn bestelling (blauwe balpennen en een blikopener) al 4 weken niet geleverd wordt. De directie betwist dit niet. Uit de verdere klachten blijkt dat het probleem ook nog veel langer bleef aanslepen en te maken had met een tijdelijk niet voorradig zijn van bepaalde goederen bij de leverancier waarmee de gevangenis een overeenkomst heeft.
De klachtencommissie acht het enerzijds onredelijk dat de directie klager in het ongewisse liet over de reden waarom de levering van zijn bestelling uitbleef. Daarnaast acht de klachtencommissie het eveneens onredelijk dat de directie, wetende dat het probleem reeds verschillende weken aansleepte, niet bekeken heeft hoe zij eventueel in een alternatief kon voorzien. Klager haalt bijvoorbeeld aan dat hij bonen in blik had gekocht, die hij zonder blikopener niet kon nuttigen. Naar het oordeel van de klachtencommissie was het een kleine moeite geweest om aan klager tijdelijk een blikopener uit te lenen ofwel zijn blikken voor hem te openen.
De klachten over het gegeven dat klager in de gevangenis van Gent
1) geen blikopener krijgt;
2) beperkt zou worden in zijn telefonie;
3) niet voldoende eten zou krijgen;
4) geen werk zou krijgen;
5) op 29 december 2023 niet zou hebben mogen deelnemen aan de fitness;
zijn niet-ontvankelijk omdat:
1) klager zich beklaagt over het personeel die een blikopener zou hebben afgenomen. Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing van de directie. Hij stelt ook niet dat hij aan de directie een blikopener op cel vroeg en dat de directie dit weigerde. Er is de klachtencommissie geen rechtsgrond bekend waaruit een wettelijke verplichting voortvloeit voor de directie om aan elke gedetineerde standaard een blikopener ter beschikking te stellen.
2) klager in het verleden al verschillende klachten indiende over beperkingen die zouden zijn opgelegd aan zijn telefonie. De directie gaf telkens te kennen dat er geen restricties inzake telefonie ten aanzien van klager werden opgelegd. Ook nu stelt de directie dat er geen beslissing door haar werd genomen die het voorwerp zou kunnen zijn van de klacht van klager. De klachtencommissie ziet geen reden om hieraan te twijfelen.
3) klager zijn klacht niet in verband brengt met een beslissing door of namens de directie. In een eerder dossier kwam aan bod dat aan klager wel degelijk maaltijden werden aangeboden, maar dat klager gewoon niet alles lust. De klachtencommissie ziet geen redenen om aan te nemen dat aan klager te weinig of minder maaltijden dan aan andere gedetineerden zouden worden gegeven.
4) klager niet naar een beslissing van de directeur van een bepaalde datum verwijst waarbij hem werk voor een bepaalde functie werd geweigerd, noch welk werk hij zou willen of zou hebben aangevraagd.
5) klager naar gedrag van het personeel verwijst, zonder dit gedrag in verband te brengen met een beslissing door of namens de directeur, noch met een verzuim van de directie om een beslissing te nemen.