KC09/24-0140
Gegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
GEÏNTERNEERDE - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
De klacht gaat over beslissingen van de directie van de gevangenis: een tuchtbeslissing en een beslissing tot afzetting van werk.
Klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
Klager kreeg een tuchtsanctie van 30 dagen ATV omdat hij volgens de directeur schuldig werd bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie (het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties).
De verantwoordelijkheid voor de feiten, die voor het opleggen van een tuchtsanctie vereist is, ontbreekt mogelijks bij de geïnterneerde. De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).
De directie motiveert niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 14 mei 2024 en draagt de directie op de beslissing uit het tuchtregister van klager te wissen.
Klacht m.b.t. de afzetting van werk:
De directie betwist niet dat zij n.a.v. de tuchtzitting, naast de effectieve tuchtsanctie van 30 dagen ATV, ook besloot om klager (definitief) af te zetten van zijn werk. In voorliggend dossier bestaat er geen schriftelijke ordemaatregel. Er bestaat dus geen basis voor het (definitieve) ontslag van klager. De mondelinge beslissing van de directie was in strijd met de regelgeving. De klacht is daarom gegrond. De klachtencommissie stelt echter vast dat klager ondertussen in een andere gevangenis verblijft, waardoor het geen zin meer heeft om de directie van de gevangenis van Gent op te dragen een nieuwe (schriftelijke) beslissing te nemen. Gezien klager in het bezit was van drugs, kent de klachtencommissie geen verdere tegemoetkoming toe.
De klacht gaat over beslissingen van de directie van de gevangenis: een tuchtbeslissing en een beslissing tot afzetting van werk.
Klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
Klager kreeg een tuchtsanctie van 30 dagen ATV omdat hij volgens de directeur schuldig werd bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie (het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties).
De verantwoordelijkheid voor de feiten, die voor het opleggen van een tuchtsanctie vereist is, ontbreekt mogelijks bij de geïnterneerde. De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).
De directie motiveert niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 14 mei 2024 en draagt de directie op de beslissing uit het tuchtregister van klager te wissen.
Klacht m.b.t. de afzetting van werk:
De directie betwist niet dat zij n.a.v. de tuchtzitting, naast de effectieve tuchtsanctie van 30 dagen ATV, ook besloot om klager (definitief) af te zetten van zijn werk. In voorliggend dossier bestaat er geen schriftelijke ordemaatregel. Er bestaat dus geen basis voor het (definitieve) ontslag van klager. De mondelinge beslissing van de directie was in strijd met de regelgeving. De klacht is daarom gegrond. De klachtencommissie stelt echter vast dat klager ondertussen in een andere gevangenis verblijft, waardoor het geen zin meer heeft om de directie van de gevangenis van Gent op te dragen een nieuwe (schriftelijke) beslissing te nemen. Gezien klager in het bezit was van drugs, kent de klachtencommissie geen verdere tegemoetkoming toe.