Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0194

Ongegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID - VERBODEN SUBSTANTIES

Klager werd schuldig bevonden aan “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Klager betwiste tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting niet dat hij in het bezit was van drugs. Ook in de klacht voor de klachtencommissie wordt de tuchtinbreuk niet betwist. De feiten zijn dan ook bewezen.

De klachtencommissie is het ermee eens dat uit het RAD blijkt dat klager helder en coherent was op het moment dat hij van de wandeling terugkeerde met verboden substantie in zijn broekzak. Klager werd hiermee geconfronteerde door de beambte en antwoordde “dat het niets was”. Hieruit blijkt voor de klachtencommissie dat klager de vraag van de beambte goed begreep en dat hij wist dat hij iets fouts gedaan had, wat hij bewust probeerde geheim te houden.

Ook toen klager met de feiten werd geconfronteerd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting wist hij nog waarover het ging. Hij verduidelijkte dat hij de substantie in de douches had gevonden en dat deze al lang in zijn broek zat. Hij betwiste ook niet te weten dat dit verboden is en gaf aan het niet meer te zullen doen.

De directie kon naar het oordeel van de klachtencommissie in voorliggende zaak inderdaad besluiten dat klager coherent was en kon de tuchtrechtelijke inbreuk aan hem toerekenen.

De tuchtbeslissing is niet onwettig. De opgelegde tuchtsanctie van 30 dagen ATV is zwaar maar gelet op de ernst van de tuchtinbreuk en het bewezen bezit van verboden substanties, niet onredelijk.

De klacht is ongegrond.