KC09/24-0214
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Geen beslissing directeur
GEÏNTERNEERDE - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - PERSONEEL - TUCHT
De klachten gaan over:
- een beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”) van 4 juli 2024;
- grensoverschrijdend gedrag van beambten (zoals het uitschakelen van de televisie);
- een tuchtrapport van 13 juli 2024 waarvan hij geen kopie kreeg.
De klacht over de beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”) van 4 juli 2024 is ontvankelijk maar ongegrond:
De directie verwees in haar motivering verder naar de toestand van klager. Op basis van deze aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis als ten aanzien van klager zelf. Zo werd klager gehoord alvorens de BVM werd opgelegd. Tijdens dit gesprek gaf klager aan geen gevangene te zijn, niet geïnterneerd te zijn en enkel in de gevangenis zit om “gebruikt” te worden voor “projecten” en “psychopathische spelletjes”. Daarnaast werd ook in de BVM zelf gemotiveerd dat het de plicht van de directie is om de (psychische) integriteit van eenieder binnen de inrichting zo goed als mogelijk te beschermen, waardoor een bijzondere veiligheidsmaatregel ten aanzien van klager zich opdringt. De klacht is ongegrond.
De klachten over grensoverschrijdend gedrag en het tuchtrapport van 13 juli 2024 zijn niet-ontvankelijk:
De klacht over grensoverschrijdend gedrag, waaronder het zogezegd uitschakelen van de televisie van klager, is niet-ontvankelijk. Klager verwijst naar handelingen van het personeel. Hij brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de directie ten aanzien van hem werd genomen. Klager diende hier al vele klachten over in (o.a. KC09/23-0249, KC09/23-0219, KC09/23-0241, KC09/24-0043, KC09/24-0453, KC09/24-0454, KC09/24-0457), maar slaagt er tot op heden niet in om aannemelijk te maken dat zijn televisie effectief in opdracht van de directie uitgeschakeld of gesaboteerd zou worden. Het klopt wel dat de sociale televisie van klager op een bepaald moment werd stopgezet, maar ook daarover werd reeds een beslissing genomen door de klachtencommissie (KC09/24-0171).
Daarnaast is ook de klacht over het RAD, waarvan klager (nog) geen kopie zou hebben gekregen, niet-ontvankelijk. Vooreerst is een RAD een document dat wordt opgesteld door penitentiair beambten en geen beslissing van de directeur. De directeur beslist welk gevolg zij al dan niet aan een RAD koppelt. Klager stelt niet dat hij reeds een kopie van het betreffende RAD opvroeg (zoals door de directie uitgelegd, via de procedure “openbaarheid bestuur”) en volgend op dat verzoek niet verkreeg. Er kan dus geen beslissing van of namens de directie of een verzuim van de directie ontwaard worden.
De klachten gaan over:
- een beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”) van 4 juli 2024;
- grensoverschrijdend gedrag van beambten (zoals het uitschakelen van de televisie);
- een tuchtrapport van 13 juli 2024 waarvan hij geen kopie kreeg.
De klacht over de beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”) van 4 juli 2024 is ontvankelijk maar ongegrond:
De directie verwees in haar motivering verder naar de toestand van klager. Op basis van deze aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis als ten aanzien van klager zelf. Zo werd klager gehoord alvorens de BVM werd opgelegd. Tijdens dit gesprek gaf klager aan geen gevangene te zijn, niet geïnterneerd te zijn en enkel in de gevangenis zit om “gebruikt” te worden voor “projecten” en “psychopathische spelletjes”. Daarnaast werd ook in de BVM zelf gemotiveerd dat het de plicht van de directie is om de (psychische) integriteit van eenieder binnen de inrichting zo goed als mogelijk te beschermen, waardoor een bijzondere veiligheidsmaatregel ten aanzien van klager zich opdringt. De klacht is ongegrond.
De klachten over grensoverschrijdend gedrag en het tuchtrapport van 13 juli 2024 zijn niet-ontvankelijk:
De klacht over grensoverschrijdend gedrag, waaronder het zogezegd uitschakelen van de televisie van klager, is niet-ontvankelijk. Klager verwijst naar handelingen van het personeel. Hij brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de directie ten aanzien van hem werd genomen. Klager diende hier al vele klachten over in (o.a. KC09/23-0249, KC09/23-0219, KC09/23-0241, KC09/24-0043, KC09/24-0453, KC09/24-0454, KC09/24-0457), maar slaagt er tot op heden niet in om aannemelijk te maken dat zijn televisie effectief in opdracht van de directie uitgeschakeld of gesaboteerd zou worden. Het klopt wel dat de sociale televisie van klager op een bepaald moment werd stopgezet, maar ook daarover werd reeds een beslissing genomen door de klachtencommissie (KC09/24-0171).
Daarnaast is ook de klacht over het RAD, waarvan klager (nog) geen kopie zou hebben gekregen, niet-ontvankelijk. Vooreerst is een RAD een document dat wordt opgesteld door penitentiair beambten en geen beslissing van de directeur. De directeur beslist welk gevolg zij al dan niet aan een RAD koppelt. Klager stelt niet dat hij reeds een kopie van het betreffende RAD opvroeg (zoals door de directie uitgelegd, via de procedure “openbaarheid bestuur”) en volgend op dat verzoek niet verkreeg. Er kan dus geen beslissing van of namens de directie of een verzuim van de directie ontwaard worden.