Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0249

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT - FOUILLE OP HET LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES - MOTIVERING

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 13 augustus 2024 van de directie van de gevangenis van Gent.

Klager werd schuldig bevonden aan “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Gezien de tuchtbeslissing gebaseerd is op de vondst van een substantie tijdens een fouillering op het lichaam van klager en een tuchtbeslissing niet overeind kan blijven indien ze (enkel) gebaseerd is op vondsten tijdens een onwettige fouille op het lichaam, zonder dat er daarnaast ander (rechtmatig verkregen) elementen zijn op basis waarvan de beslissing kon worden genomen, dient de klachtencommissie eerst de wettigheid van de beslissing tot fouillering op het lichaam te onderzoeken.

De klachtencommissie wijst er vooreerst op dat de directie voldoende heeft gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet had volstaan en waarom een fouillering op het lichaam noodzakelijk was. Dit betreft echter, zoals wordt bevestigd in de bovenstaande communicatie, slechts één van beide elementen die in een beslissing tot fouillering op het lichaam moet worden gemotiveerd. Uit de bestreden beslissing blijkt niet welke individuele aanwijzingen er bestonden die deden vermoeden dat klager in het bezit was van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De beslissing tot fouillering op het lichaam was onwettig, waardoor ook de tuchtbeslissing die er op gebaseerd is onwettig is. De klacht is om deze reden gegrond.