Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0312

Ongegrond Gegrond Tegemoetkoming KC - Gent Klachtencommissie Andere beslissing directeur Voorlopige maatregel Tucht Fouille op het lichaam
VOORLOPIGE MAATREGEL - FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING - DWANG - TUCHT

1.
De klacht over de voorlopige maatregel tot plaatsing van klager in een beveiligde cel, is ongegrond. De vaststelling dat klager een fatik aanviel is een voldoende aanwijzing om te besluiten tot een aantasting van de interne veiligheid.

2.
De klacht over de fouillering op het lichaam is gegrond. De directie motiveerde niet wat de individuele aanwijzingen waren. Het is verboden stelselmatig een fouillering op het lichaam op te leggen bij een plaatsing in een veiligheidscel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft. De klachtencommissie kent aan klager een tegemoetkoming van 25 minuten beltijd toe.

3.
De klacht over het gebruik van dwang is ontvankelijk en gegrond.
De directie betwist het gebruik van dwang niet. Uit de Ministeriƫle Omzendbrief nr. 1810 van 19 november 2009 blijkt dat beslissingen over het inzetten en gebruik van bepaalde dwangmiddelen (zoals handboeien) of interventiemiddelen uitsluitend door de directeur kunnen worden genomen. Bovendien is in eerdere dossiers voor de klachtencommissie al gebleken dat er voor het gebruik van dwang in de gevangenis van Gent een beslissing van de directeur tot het inzetten van een interventieteam wordt genomen. De bevoegdheid van de klachtencommissie strekt zich uit tot de uitvoering van deze beslissingen, aangezien dit feitelijk handelen betreft dat onmiskenbaar in verbinding staat met beslissingen van de directeur.

Klager viel een medegedetineerde aan en sloeg hem op het achterhoofd, waarna er tussen beide gedetineerden een strubbeling ontstond. Klager was niet coƶperatief bij de overbrenging naar de beveiligde cel. Deze elementen rechtvaardigden het gebruik van dwang. Klager maakt niet aannemelijk dat de gebruikte dwangmaatregelen (handboeien) buitensporig waren. De dwangmaatregel werd opgenomen in het bijzonder register.

4.
De klacht over de tuchtbeslissing is ongegrond.
Klager ontkende het RAD en bracht een volledig ander verhaal naar voren namelijk dat hij aan het slapen was toen hij werd geslagen door een fatik, met toestemming van een chef. Klager maakt niet aannemelijk dat zowel de PBA die het RAD opstelde als de PBA die het RAD als getuige ondertekende, valse verklaringen zouden hebben afgelegd. Het RAD beschrijft precies en gedetailleerd de situatie en de handelingen die klager heeft gesteld, onder andere dat klager bij het binnenbrengen van de wasnetjes aan de tafel stond. De directeur kon redelijkerwijze voortgaan op het RAD en de tuchtinbreuk als bewezen beschouwen. De directeur kan voor een inbreuk van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 7 dagen ATV, wat ruim binnen de maximumduur valt. De tuchtsanctie is niet onwettig of onredelijk.