KC09/25-0051
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - CELMUTATIE - GEÏNTERNEERDE - ZORGPLICHT
Klager wenst over het wetboek/regels van de gevangenis te beschikken. Art. 16 §3 basiswet bepaald dat een exemplaar van het huishoudelijk reglement wordt ter
beschikking gesteld van de gedetineerden. Uit de klacht blijkt niet dat de gedetineerde gevraagd heeft om een kopie van het huishoudelijk reglement, niet aan een beambte noch aan de directie. Op basis van de klacht kan dus niet afgeleid worden dat de directie geweigerd heeft klager een kopie van het huishoudelijk reglement te
bezorgen, noch dat de directie verzuimd heeft een beslissing te nemen. De klacht is dan ook niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
De klachtencommissie verwijst naar haar uitspraken in de dossiers KC09/22-0117 en KC09/23-0039 (en volgende) waarin zij argumenteert dat de beslissing tot (over)plaatsing van een gedetineerde in een bepaalde cel, ook al zou deze beslissing in bepaalde gevallen formeel uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis (zoals het BAD), minstens steeds een beslissing namens de directie is of toch een beslissing die (mee) door de directie zou moeten worden genomen. Tegen
deze beslissing kan dan ook beklag worden ingediend bij de klachtencommissie. De klachtencommissie gaat uit van de tijdigheid van de klacht, aangezien de directie dit niet heeft weerlegd. De klacht werd bovendien op de vereiste wijze ingediend en werd voldoende gemotiveerd. Deze klacht is aldus ontvankelijk.
In het kader van de zorgplicht, kan plaatsen van klager op cel met een geïnterneerde onredelijk zijn, indien blijkt dat klagers fysieke integriteit hierdoor in het gedrang komt. Klager heeft hierover echter niets vermeld in zijn klachtenformulier. Het loutere feit dát klager op cel zit met een geïnterneerde maakt geen schending uit van de basiswet, noch een onredelijke beslissing. De klacht is ongegrond.
Klager wenst over het wetboek/regels van de gevangenis te beschikken. Art. 16 §3 basiswet bepaald dat een exemplaar van het huishoudelijk reglement wordt ter
beschikking gesteld van de gedetineerden. Uit de klacht blijkt niet dat de gedetineerde gevraagd heeft om een kopie van het huishoudelijk reglement, niet aan een beambte noch aan de directie. Op basis van de klacht kan dus niet afgeleid worden dat de directie geweigerd heeft klager een kopie van het huishoudelijk reglement te
bezorgen, noch dat de directie verzuimd heeft een beslissing te nemen. De klacht is dan ook niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
De klachtencommissie verwijst naar haar uitspraken in de dossiers KC09/22-0117 en KC09/23-0039 (en volgende) waarin zij argumenteert dat de beslissing tot (over)plaatsing van een gedetineerde in een bepaalde cel, ook al zou deze beslissing in bepaalde gevallen formeel uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis (zoals het BAD), minstens steeds een beslissing namens de directie is of toch een beslissing die (mee) door de directie zou moeten worden genomen. Tegen
deze beslissing kan dan ook beklag worden ingediend bij de klachtencommissie. De klachtencommissie gaat uit van de tijdigheid van de klacht, aangezien de directie dit niet heeft weerlegd. De klacht werd bovendien op de vereiste wijze ingediend en werd voldoende gemotiveerd. Deze klacht is aldus ontvankelijk.
In het kader van de zorgplicht, kan plaatsen van klager op cel met een geïnterneerde onredelijk zijn, indien blijkt dat klagers fysieke integriteit hierdoor in het gedrang komt. Klager heeft hierover echter niets vermeld in zijn klachtenformulier. Het loutere feit dát klager op cel zit met een geïnterneerde maakt geen schending uit van de basiswet, noch een onredelijke beslissing. De klacht is ongegrond.