Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0091

Gegrond Onontvankelijk KC - Gent Klachtencommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel Geen beslissing directeur
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR

De klachten zijn gericht tegen:
- de schending van klagers consumentenrechten;
- het niet-naleven van het tv-contract;
- de levensomstandigheden in de gevangenis;
- diefstal;
- de bijzondere veiligheidsmaatregel (‘BVM’) van 3 februari 2025;
- de BVM van 10 februari 2025.

- De schending van klagers consumentenrechten

Klager beklaagt zich over zijn consumentenrechten die niet worden gerespecteerd. Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen. De klacht gaat ook niet over het verzuim of de weigering van de directeur om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.

- Het niet-naleven van het tv-contract

Klager beklaagt zich over het niet-respecteren van het televisiecontract. Hij zou hierover al meerdere malen hebben geschreven naar de directie. De klachtencommissie meent dat klager heeft nagelaten om zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden. Het is op basis van het schrijven van klager onduidelijk tegen welke concrete beslissing klager klacht wenst in te dienen. De klacht voldoet in die zin niet aan de vereisten van de Basiswet. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

- De levensomstandigheden in de gevangenis

Klager beklaagt zich over de overvolle toestand in de gevangenis en de materiële levensomstandigheden. Volgens klager is dit de schuld van de burgemeester. Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen. De klacht gaat ook niet over het verzuim of de weigering van de directeur om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.

- Diefstal

Klager schrijft over de diefstal van een koffieapparaat en diefstal van geld. Hij voert aan dat de boekhouding onterecht geld neemt uit zijn account. Er zou hem €10 te veel zijn aangerekend en klager heeft hier bewijs van. Dit zou door de directie en boekhouding worden rechtgezet, maar dat is niet gebeurd. Klager zou de diefstal van het geld hebben gemeld aan de directie, wat door haar ter zitting wordt tegengesproken.

De klachtencommissie meent dat klager heeft nagelaten om zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden. Het is op basis van het schrijven van klager onduidelijk tegen welke concrete beslissing klager klacht wenst in te dienen. De klacht voldoet in die zin niet aan de vereisten van de Basiswet. Klager maakt het ook niet aannemelijk dat hij dit probleem heeft aangekaart bij de directie, waardoor de klachtencommissie evenmin een beklagwaardig verzuim van de directie kan vaststellen.

De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

- De bijzondere veiligheidsmaatregel van 3 februari 2025

De Basiswet bepaalt dat bijzondere veiligheidsmaatregelen niet langer mogen duren dan zeven dagen. Zij kunnen niet verlengd worden zonder een met redenen omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord. Een bijzondere veiligheidsmaatregel kan maximaal driemaal verlengd worden. Ter verduidelijking wordt er in de Collectieve brief nr. 156 op gewezen dat een met reden omklede beslissing betekent dat opnieuw moet worden geëvalueerd en gemotiveerd of er ten aanzien van de gedetineerde nog steeds ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid bestaan.

De eerste BVM van 22 januari 2025 liep van 22 tot 28 januari 2025. Klager diende hier klacht tegen in (KC09/25-0041). De klachtencommissie bevestigde de beslissing van de directeur. De tweede BVM van 28 januari 2025 liep van 29 januari tot 4 februari 2025. Klager diende hier klacht tegen in (KC09/25-0043) De klachtencommissie vernietigde deze beslissing omwille van een gebrekkige motivering.

In de derde BVM (die het voorwerp uitmaakt van voorliggend dossier) herneemt de directie de elementen die aanleiding hebben gegeven tot de eerste BVM. Daarnaast schrijft ze dat klager aanspreekbaar is, maar alsnog meent zij op basis van “alle elementen” dat het regime moet worden verlengd, mits een eventuele verspoeling wat betreft de scherpe voorwerpen op cel. Opnieuw maakt ze in haar beslissing melding van een suïcidedreiging, wartaal en onvoorspelbaar gedrag.
De klachtencommissie acht de beslissing tot verlenging van de BVM opnieuw onvoldoende gemotiveerd. Uit de beslissing valt niet af te leiden of het oorspronkelijke gevaar voor de orde en/of de veiligheid nog steeds actueel is, en op basis van welke elementen de directie dit besluit. Het eerdere verblijf onder de veiligheidsmaatregel komt in de motivatie niet aan bod en wordt niet geëvalueerd.
De klachtencommissie vindt in de motivering dan ook geen enkel element terug waaruit kan afgeleid worden dat klager tijdens het verloop van de vorige BVM gedrag stelde waardoor er nog steeds sprake was van een gevaar voor de orde en/of de veiligheid.

De beslissing tot toepassing van de BVM van 3 februari 2025 is dan ook in strijd met de motiveringsplicht en voldoet niet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 110 van de Basiswet en de Collectieve brief nr. 156 van 14 augustus 2020. De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing van de directeur van 3 februari 2025 waarbij zij aan klager een BVM oplegde.

- De bijzondere veiligheidsmaatregel van 10 februari 2025

In de vierde BVM (die het voorwerp uitmaakt van voorliggend dossier) herneemt de directie de elementen die aanleiding hebben gegeven tot de eerste en de derde BVM. Ze schrijft daarbij dat “het gesprek” (nl. het “horen” van klager in het kader van de BVM) moeilijk verloopt en dat ze geen gesprek kan voeren over het regime. De directie maakt in haar beslissing nogmaals melding van onvoorspelbaar gedrag.

Klager schrijft in zijn klacht dat hij niet gehoord werd door de directie. De klachtencommissie stelt echter vast dat klager weldegelijk werd gehoord omtrent deze BVM. Klager werd, zo volgt uit het verslag, op de hoogte gebracht van de elementen die volgens de directeur een gevaar vormen voor de orde of de veiligheid, en kreeg hierna ook het woord.

De klachtencommissie acht de beslissing tot verlenging van de BVM opnieuw onvoldoende gemotiveerd. Uit de beslissing valt niet af te leiden of het oorspronkelijke gevaar voor de orde en/of de veiligheid nog steeds actueel is, en op basis van welke elementen de directie dit besluit. De directie maakt melding van een gesprek dat moeilijk verloopt, maar het is voor de klachtencommissie onduidelijk of en waarom dit de basis vormt voor het nemen van de vierde BVM. De directie maakt nogmaals melding van onvoorspelbaar gedrag, maar ook hier is het opnieuw onduidelijk of die dreiging nog steeds actueel is.

De klachtencommissie vindt in de motivering dan ook geen enkel element terug waaruit kan afgeleid worden dat klager tijdens het verloop van de vorige BVM gedrag stelde waardoor er nog steeds sprake was van een gevaar voor de orde en/of de veiligheid.

De beslissing tot toepassing van de BVM van 10 februari 2025 is dan ook in strijd met de motiveringsplicht en voldoet niet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 110 van de Basiswet en de Collectieve brief nr. 156 van 14 augustus 2020. De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing van de directeur van 10 februari 2025 waarbij zij aan klager een BVM oplegde.