KC09/25-0102
Ongegrond
Gegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - OVERBEVOLKING
Klager weigerde een inkomende celgenoot die als grondslaper op cel zou komen. Klager kreeg hiervoor ten eerste een voorlopige maatregel tot verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte opgelegd. De klachtencommissie stelt echter vast dat er geen sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid aangezien noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in gevaar kwam. Uit het RAD blijkt niet dat klager agressief was. De motivering van de voorlopige maatregel bevat geen aanwijzingen waarom de feiten een bedreiging vormden voor de interne veiligheid. Integendeel stelt de motivering van de VM zelf dat dit een invloed heeft op de orde en veiligheid van de organisatie. Indien er sprake is van een gevaar voor de orde en de veiligheid, kan de directie geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte opleggen. De voorlopige maatregel is dan ook onwettig. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.
De klacht is ten tweede gericht tegen de tuchtbeslissing die hierop volgde. Klager werd gesanctioneerd met 5 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV) voor de tuchtinbreuk "het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel". De klachtencommissie meent dat deze feiten bewezen zijn en afdoende werden gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Aangezien niet wordt aangetoond dat het bevel om een vijfde persoon toe te laten op de cel van klager op zich onwettig was, kan klager zich ook niet beroepen op de rechtvaardigingsgrond van het niet respecteren van een onwettig bevel. De sanctie van 5 dagen ATV is wettig. De sanctie is volgens de klachtencommissie ook niet onredelijk of onbillijk. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
Klager weigerde een inkomende celgenoot die als grondslaper op cel zou komen. Klager kreeg hiervoor ten eerste een voorlopige maatregel tot verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte opgelegd. De klachtencommissie stelt echter vast dat er geen sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid aangezien noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in gevaar kwam. Uit het RAD blijkt niet dat klager agressief was. De motivering van de voorlopige maatregel bevat geen aanwijzingen waarom de feiten een bedreiging vormden voor de interne veiligheid. Integendeel stelt de motivering van de VM zelf dat dit een invloed heeft op de orde en veiligheid van de organisatie. Indien er sprake is van een gevaar voor de orde en de veiligheid, kan de directie geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte opleggen. De voorlopige maatregel is dan ook onwettig. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.
De klacht is ten tweede gericht tegen de tuchtbeslissing die hierop volgde. Klager werd gesanctioneerd met 5 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV) voor de tuchtinbreuk "het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel". De klachtencommissie meent dat deze feiten bewezen zijn en afdoende werden gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Aangezien niet wordt aangetoond dat het bevel om een vijfde persoon toe te laten op de cel van klager op zich onwettig was, kan klager zich ook niet beroepen op de rechtvaardigingsgrond van het niet respecteren van een onwettig bevel. De sanctie van 5 dagen ATV is wettig. De sanctie is volgens de klachtencommissie ook niet onredelijk of onbillijk. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.