Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0204

Ongegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent.

Het RAD waarop de directie zich baseert is voldoende duidelijk en gedetailleerd. Hieruit blijkt dat de beambte klager na de waarneming in de douchecabine zag stappen. Er wordt hierbij geen melding gemaakt van andere personen of bewegingen. Volgens klager bevonden er zich op dat moment echter wel nog andere medegedetineerden in de doucheruimte. Klager zou deze medegedetineerden geïdentificeerd hebben en de advocaat zou aan de directie gevraagd hebben om hen te horen. Dit blijkt echter niet uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting of uit andere dossierstukken, waardoor de klachtencommissie niet kan nagaan of dit effectief werd gevraagd aan de directie, en of de directie op dit punt verzuimd heeft om verder onderzoek te voeren of te motiveren waarom ze geen verder onderzoek zou voeren ondanks de uitdrukkelijke vraag van klager en zijn advocaat.

De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de vaststellingen van de beambte en meent dat klager geen overtuigende tegenindicatie heeft aangebracht die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de tuchtinbreuk redelijkerwijze als bewezen en toerekenbaar aan klager kon beschouwen.

De directie kan voor een inbreuk van de tweede categorie een maximumsanctie van 15 dagen ATV opleggen. Klager werd gesanctioneerd met 5 dagen ATV, wat ruim binnen de maximumduur valt. De sanctie is dus wettig. Gelet op de inbreuk, acht de klachtencommissie deze sanctie ook niet onredelijk of onbillijk.

De klacht is ongegrond.