Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0213

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - OVERBEVOLKING - GEINTERNEERDE

De klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent.

- De voorlopige maatregel

De directie heeft naar het oordeel van de klachtencommissie niet aangetoond dat klager, door het weigeren van een inkomende gedetineerde, de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast. De feiten kunnen wel gekwalificeerd worden als een gevaar voor de orde en de veiligheid. In geval van een gevaar voor de orde kan echter geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd als voorlopige maatregel. De voorlopige maatregelen zijn desgevallend beperkt tot het ontnemen of het onthouden van bepaalde voorwerpen, de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, en de observatie overdag en tijdens de nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust. Er werd met andere woorden niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden tot het opleggen van de voorlopige maatregel in kwestie. De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot voorlopige maatregel.

- De tuchtbeslissing

Noch tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, noch in zijn klacht voor de klachtencommissie betwist klager dat hij een derde persoon op cel weigerde. De directie kon de feiten dan ook als bewezen beschouwen en kwalificeerde deze naar het oordeel van de klachtencommissie terecht als de tuchtinbreuk “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” (inbreuk van de tweede categorie). Een sanctie van 7 dagen ATV, met uitstel uitgesproken voor een duur van 3 maanden, is niet onwettig voor dergelijke tuchtrechtelijke inbreuk.

Volgens klager is de tuchtbeslissing onwettig omdat de situatie in de cel met 3 personen op de monocel op zich onwettig is en omdat hij niet gesanctioneerd kan worden voor het uiten van zijn mening en het aankaarten van onwettige detentieomstandigheden. Klager haalt volgens de klachtencommissie echter geen concrete elementen of wettelijke bepalingen aan die aantonen dat de plaatsing van een derde persoon in de cel van klager en zijn celgenoot op zich een onwettige beslissing of onmenselijk was.
De klachtencommissie ontkent niet dat een beslissing die tot gevolg heeft dat de voor een gedetineerde beschikbare persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel wordt ingeperkt, in bepaalde gevallen onwettig kan zijn.
Klager kon, op het moment dat hem werd meegedeeld dat een derde persoon bij hem en zijn celgenoten zou worden geplaatst nog niet oordelen dat de situatie hoe dan ook onwettig zou worden. Zo kon hij bijvoorbeeld onmogelijk weten voor welke periode deze persoon in de cel zou worden geplaatst.
Aangezien niet wordt aangetoond dat het bevel om een derde persoon toe te laten op de cel van klager op zich onwettig was, kan klager zich ook niet beroepen op de rechtvaardigingsgrond van het niet respecteren van een onwettig bevel.

Klager is geïnterneerd. De directie motiveert op geen enkele manier waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk.

De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te verwijderen.