Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0408

Gegrond Onontvankelijk KC - Gent Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht Geen beslissing directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - TRANSFER

De klachtencommissie kan uit de motivering van de voorlopige maatregel niet afleiden dat de fysieke integriteit van personen bedreigd werd noch dat er een risico was dat goederen beschadigd, vernield of ontvreemd werden.
In haar verweer stelt de directie dat de weigering van klager om overgeplaatst te worden een extra bedreiging vormt voor de orde en rust binnen de inrichting. Een gedetineerde mag echter niet verplicht in een toegewezen verblijfsruimte worden gehouden omdat hij een bedreiging vormt voor de orde en de rust binnen de inrichting. Indien er effectief een gevaar is voor de orde of de veiligheid, laat de basiswet enkel toe dat een gedetineerde wordt geobserveerd, bepaalde voorwerpen wordt ontnomen, of dat hij wordt uitgesloten van bepaalde activiteiten.
De opgelegde maatregel is onwettig. De klacht is om deze redenen gegrond.

Het RAD in dit dossier gaat niet concreet in op de manier waarop en de omstandigheden waarin de weigering is verlopen. Daarnaast blijkt uit het tuchtverslag dat klager de transfer weigert omdat hij liever naar Turnhout zou gaan en dus niet zozeer een overplaatsing op zich weigert.
De klachtencommissie is van mening dat na een gesprek met de directie onmiddellijk een oplossing had kunnen worden gevonden. De directie diende geen tuchtbeslissing op te leggen. De klachtencommissie verwijst ook naar twee beslissingen van de klachtencommissies van Itter en Haren (CP13/21-0070 en CP36/23-0007), beide beslissingen bevestigd door de beroepscommissie (CA/22-0030 en CA/23-0079), die op dezelfde wijze hebben besloten. Gelet op voormelde is de klachtencommissie van oordeel dat niet voldaan is aan het subsidiariteitsbeginsel en dat de directie bij het opleggen van de tuchtbeslissing een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt.
De klacht is gegrond.

Een beslissing inzake overplaatsing wordt genomen door ambtenaren van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal worden aangewezen. Dergelijke beslissing (of gebrek daaraan) is géén beslissing (of verzuim) van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet. Het plaatsen van klager op de transferlijst voor Merksplas is dan ook een gevolg voortvloeiend uit deze beslissing van de ambtenaar van de penitentiaire administratie.
De klachtencommissie is dus niet bevoegd om kennis te nemen van de klacht tegen de beslissing waarbij klager wordt overgeplaatst naar een andere gevangenis. Wat betreft de overplaatsing naar de gevangenis van Merksplas is de klacht niet-ontvankelijk.