Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0489

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT - FOUILLE LICHAAM - SCHORSING

Klager wordt bij tuchtbeslissing gesanctioneerd met 30 dagen ATV (met toelating tot gemeenschappelijk bezoek van zijn ex-vrouw en zoon) voor ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ .

De directie meent dat de feiten bewezen zijn en aan klager kunnen worden toegerekend, en dit op basis van de vaststellingen neergeschreven in het rapport aan de directeur en de vondst tijdens de fouille op het lichaam.

De directie verwijst in haar tuchtbeslissing naar het RAD en meldt dat er werd opgemerkt dat klager een pakketje ontving van zijn interne bezoekster. De klachtencommissie stelt vast dat in het RAD uitsluitend melding wordt gemaakt van ‘verdachte handelingen’ tussen klager en zijn bezoekster, zonder omschrijving van de precieze handelingen en/of andere meer gedetailleerde informatie. De klachtencommissie meent dan ook dat deze vage visuele vaststelling op zichzelf onvoldoende is om de concrete tuchtinbreuk te bewijzen. Dit wordt bovendien ook bevestigd doordat er een beslissing volgde om klager te onderwerpen aan een fouille op het lichaam.

Gezien de tuchtbeslissing gebaseerd is op de vondst van een substantie tijdens een fouillering op het lichaam van klager en een tuchtbeslissing niet overeind kan blijven indien ze (enkel) gebaseerd is op vondsten tijdens een onwettige fouille op het lichaam, zonder dat er daarnaast ander (rechtmatig verkregen) elementen zijn op basis waarvan de beslissing kon worden genomen, dient de klachtencommissie ook de wettigheid van de beslissing tot fouillering op het lichaam te onderzoeken.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie geen enkel stuk met betrekking tot de fouille op het lichaam kan voorleggen. Uit het dossier blijkt op geen enkele andere manier dat de directeur de beslissing heeft genomen. Het langdurig uitblijven van het overmaken van het gemotiveerde bevel tot fouillering op het lichaam, doet de klachtencommissie vrezen dat dergelijke beslissing niet bestaat. De klachtencommissie kan er niet aan voorbijgaan dat de kans bestaat dat hiertoe enkel een mondelinge opdracht is gegeven, wat niet conform de Basiswet is. De resultaten van de fouillering op het lichaam kunnen dan ook niet als bewijs worden aanvaard, ondanks de vaststellingen van de beambten.

Aangezien voorliggende tuchtbeslissing enerzijds gebaseerd is op een onvoldoende duidelijk RAD en anderzijds gebaseerd is op bewijsmateriaal verkregen tijdens een onwettige fouillering op het lichaam, is de tuchtbeslissing onwettig.

De klacht is gegrond.