Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0499

Ongegrond Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - GEINTERNEERDE - CEL

De klacht gaat over:
- een tuchtbeslissing;
- de weigering van de directie om klager van sectie A (niet-geïnterneerden) naar vleugel C (de Afdeling Bescherming Maatschappij, hierna ‘ABM’) te verplaatsen en het niet naleven van het vonnis van de kamer voor de bescherming van de maatschappij (KBM) tot plaatsing van klager in de ABM;
- de afwijzing van het verzoek van klager om met meerdere personen op cel te zitten.


- De tuchtbeslissing

In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar de feiten en het duidelijke RAD. De klachtencommissie wijst erop dat de feiten an sich niet duiden op toerekenbaarheid. De duidelijkheid van het RAD is uitsluitend een argument met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten.

De directie verwijst naar het feit dat klager een coherent verweer geeft. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat echter op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.

De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.


- De klacht over de weigering van de directie om klager van sectie A naar vleugel C te verplaatsen en het niet naleven van het KBM-vonnis tot plaatsing van klager in de ABM

Klager verblijft op het moment van het indienen van zijn klacht op sectie A. Dit is, aldus klager en zijn advocaat, niet in overeenstemming met het laatste vonnis van de KBM (genomen op 20 juni 2024) waarbij werd beslist om klager te plaatsen in de ABM van Merksplas/Turnhout of Gent. Volgens klager en zijn advocaat staat de ABM binnen de gevangenis van Gent gelijk aan de C-vleugel, waardoor het verblijf van klager op sectie A onwettig is.

De plaatsing van een veroordeelde geïnterneerde is de beslissing van de KBM, die aanwijst in welke psychiatrische afdeling van de gevangenis de internering ten uitvoer zal worden gelegd. Thans blijkt uit de beslissing van de KBM dat op 20 juni 2024 werd beslist om klager te plaatsen in de ABM van Merksplas, Turnhout of Gent.

In tegenstelling tot de veronderstelling van de advocaat van klager zijn de C-vleugel en de ABM niet aan elkaar gelijk te stellen: de ABM is geen specifieke fysieke vleugel, sectie of afdeling, maar heeft slechts betrekking op hoe een gedetineerde vanuit zorgperspectief bejegend wordt. Een gedetineerde zou, met andere woorden, ook op een andere vleugel dan vleugel C in de ABM kunnen verblijven. De vleugel waarop een gedetineerde verblijft, bepaalt niet of hij al dan niet onder het ABM-regime valt.

De klachtencommissie stelt vast dat klager de facto wel degelijk onder het ABM-regime werd geplaatst en dat de vleugel waarop hij verblijft, daaraan niets af doet. De klachtencommissie kan aldus niet besluiten dat de directie geen gevolg heeft gegeven aan het vonnis van de KBM en er daarmee sprake zou zijn van een onwettige situatie.

De klacht is om deze redenen ongegrond.

Als gevolg van de plaatsing van klager in het ABM-regime, krijgt klager de kans om in een zorgtraject te stappen. Volgens de directie heeft klager hier – omwille van zijn gebrek aan inzicht in zijn problematiek – geen interesse in.


- De klacht over de afwijzing van het verzoek van klager om met meerdere personen op cel te zitten

Uit het dossier blijkt dat de directie het verzoek van klager, om een celgenoot of verschillende celgenoten bij hem op cel te kunnen plaatsen, heeft afgewezen om veiligheidsredenen. Uit de dossierstukken blijkt dat deze motieven ook kenbaar werden gemaakt aan klager en zijn advocaat. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om geen medegedetineerden op de cel van klager te plaatsen, niet onwettig, onredelijk of onbillijk was. De klachtencommissie begrijpt dat de directie bepaalde afwegingen moet maken bij het toewijzen van een verblijfsruimte aan gedetineerden en het afwijzen van specifieke verzoeken tot mutatie. Bovendien komt het aan de directie toe om de celsamenstelling te bepalen, en niet aan een (mede)gedetineerde.

De klacht is niet gegrond.