Ga verder naar de inhoud

KC09/26-0041

Ongegrond Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Andere beslissing directeur
VOEDING - HYGIENE - ZORGPLICHT

De klachten gaan over
1) de continuïteit van de dienstverlening (het verzuim om klager tijdens de staking te voorzien van een halal maaltijd),
2) celomstandigheden (het verblijf op een cel met muizen).


- De continuïteit van de dienstverlenging

Klager meent dat hij op een stakingsdag geen halalvoeding heeft ontvangen. De directie spreekt dit tegen en zegt dat er op die bewuste dag kippenballetjes werden geserveerd. De directie stelt bovendien dat er in de gevangenis nooit varkensvlees wordt geserveerd.

De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de verklaring van de directeur dat er, minstens op 26 januari 2026, aan klager geen varkensvlees werd geserveerd.

De klachtencommissie kan geen onwettigheid vaststellen. Er is evenmin sprake van een onredelijke of onbillijke situatie.

De klacht is ongegrond.


- De celomstandigheden

Klager beklaagt zich over de toestand van zijn cel, die lijdt onder een muizenplaag. Hij verwijt de directie een verzuim om hem in een wetsconforme cel te plaatsen. Uit het verweer van de directie blijkt dat zij maatregelen neemt om gedetineerden te beschermen tegen ongedierte; zo komt er al geruime tijd tweemaal per maand een gespecialiseerde firma langs voor de bestrijding ervan, en heeft zij het afvalbeleid aangepast. Zij meent dat ze de nodige inspanningen levert om hygiënische omstandigheden te garanderen en actief maatregelen neemt om de aanwezigheid van ongedierte te voorkomen en aan te pakken.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie sinds enige tijd bijkomende maatregelen treft om de muizenplaag te stoppen: zo werd de frequentie van het ophalen en afvoeren van afval verhoogd, net als het optreden van de gespecialiseerde bestrijdingsfirma’s. De klachtencommissie merkt op dat dit een verbetering betreft ten opzichte van de maatregelen die zij in het verleden trof.

De klachtencommissie stelt echter vast dat de inspanningen die de directie levert, onvoldoende zijn om ervoor te zorgen dat de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel ten uitvoer wordt gelegd in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen.

Gelet op de duur van de precaire situatie en de concrete leefomstandigheden in de cel, besluit de klachtencommissie dat de situatie waarin klager zich bevindt niet strookt met de zorgplicht (voortvloeiend uit artikel 5 van de Basiswet) die de directie heeft ten aanzien van haar gedetineerden.

De klacht is gegrond.