TUCHT
De tuchtrechtelijke hoorzitting is bij uitstek het moment waarop een gedetineerde de kans heeft om eventuele tegenaanwijzingen m.b.t. het RAD aan te brengen, verzachtende omstandigheden aan te halen of uit te leggen waarom hij niet schuldig kan worden bevonden aan de tuchtrechtelijke inbreuken die hem ten laste worden gelegd. Klager bekende zijn schuld aan de tuchtrechtelijke inbreuken. De directie gaf hem de mogelijkheid om aan te geven of de bekentenis al dan niet onder druk werd afgelegd. Klager ging hier niet op in.
Indien klager onder druk stond om de tuchtrechtelijke inbreuken te bekennen, had hij – bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting – een vertrouwelijk gesprek met de directie kunnen vragen. Hij had ook kunnen vragen of dit kon gebeuren zonder dat er een schriftelijk verslag van dit gesprek zou worden genomen.
De klachtencommissie kan in deze enkel vaststellen dat de directie zorgvuldig heeft gehandeld door te polsen of de bekentenis van klager niet onder druk gebeurde. Gezien klager de bekentenis ook na deze vraag handhaafde en zowel hij als zijn raadsman niets meer wensten toe te voegen, is het begrijpelijk en correct dat de directie overging tot het nemen van een tuchtbeslissing ten aanzien van klager.
De directie kan voor een inbreuk van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 15 dagen ATV, wat ruim binnen de maximumduur valt. De tuchtsanctie is niet onwettig of onredelijk.
De klacht is ongegrond.
De tuchtrechtelijke hoorzitting is bij uitstek het moment waarop een gedetineerde de kans heeft om eventuele tegenaanwijzingen m.b.t. het RAD aan te brengen, verzachtende omstandigheden aan te halen of uit te leggen waarom hij niet schuldig kan worden bevonden aan de tuchtrechtelijke inbreuken die hem ten laste worden gelegd. Klager bekende zijn schuld aan de tuchtrechtelijke inbreuken. De directie gaf hem de mogelijkheid om aan te geven of de bekentenis al dan niet onder druk werd afgelegd. Klager ging hier niet op in.
Indien klager onder druk stond om de tuchtrechtelijke inbreuken te bekennen, had hij – bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting – een vertrouwelijk gesprek met de directie kunnen vragen. Hij had ook kunnen vragen of dit kon gebeuren zonder dat er een schriftelijk verslag van dit gesprek zou worden genomen.
De klachtencommissie kan in deze enkel vaststellen dat de directie zorgvuldig heeft gehandeld door te polsen of de bekentenis van klager niet onder druk gebeurde. Gezien klager de bekentenis ook na deze vraag handhaafde en zowel hij als zijn raadsman niets meer wensten toe te voegen, is het begrijpelijk en correct dat de directie overging tot het nemen van een tuchtbeslissing ten aanzien van klager.
De directie kan voor een inbreuk van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 15 dagen ATV, wat ruim binnen de maximumduur valt. De tuchtsanctie is niet onwettig of onredelijk.
De klacht is ongegrond.