KC09/26-0292
Gegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - RECHTEN VAN VERDEDIGING - HOORPLICHT - GEïNTERNEERDE
De hoorplicht bij een verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel moet daadwerkelijk en effectief kunnen worden uitgeoefend. Hoewel de Basiswet voor deze specifieke hoormomenten niet uitdrukkelijk voorziet in bijstand van een advocaat, moet bij de beoordeling van de effectiviteit van het hoorrecht rekening worden gehouden met de bijzondere kwetsbaarheid van geïnterneerden. Gelet op hun psychiatrische problematiek zijn zij vaak minder goed in staat zelfstandig hun belangen te behartigen of de gevolgen van een voorgenomen maatregel correct in te schatten.
Bij een verlenging van een BVM gaat het bovendien om een voorzienbaar beslissingsmoment. De directie kent de einddatum van de lopende maatregel en beschikt in beginsel over voldoende tijd om de raadsman van de geïnterneerde te verwittigen en hem de mogelijkheid te bieden het verhoor bij te wonen. In die omstandigheden brengen het zorgvuldigheidsbeginsel, het hoorrecht en de rechten van verdediging mee dat de directie zich ervan vergewist dat de geïnterneerde zijn standpunt op nuttige en effectieve wijze kan doen gelden. De mogelijkheid van bijstand door een advocaat vormt daarbij een noodzakelijke waarborg.
De klachtencommissie stelt vast dat de geïnterneerde werd gehoord zonder advocaat en dat uit het uiterst summiere hoorverslag niet blijkt dat hem duidelijk werd meegedeeld dat een nieuwe verlenging van de BVM werd overwogen, noch dat hij daadwerkelijk de gelegenheid kreeg zich daarover uit te spreken. Onder die omstandigheden heeft hij zijn hoorrecht niet op voldoende effectieve wijze kunnen uitoefenen.
De klacht is gegrond.
De hoorplicht bij een verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel moet daadwerkelijk en effectief kunnen worden uitgeoefend. Hoewel de Basiswet voor deze specifieke hoormomenten niet uitdrukkelijk voorziet in bijstand van een advocaat, moet bij de beoordeling van de effectiviteit van het hoorrecht rekening worden gehouden met de bijzondere kwetsbaarheid van geïnterneerden. Gelet op hun psychiatrische problematiek zijn zij vaak minder goed in staat zelfstandig hun belangen te behartigen of de gevolgen van een voorgenomen maatregel correct in te schatten.
Bij een verlenging van een BVM gaat het bovendien om een voorzienbaar beslissingsmoment. De directie kent de einddatum van de lopende maatregel en beschikt in beginsel over voldoende tijd om de raadsman van de geïnterneerde te verwittigen en hem de mogelijkheid te bieden het verhoor bij te wonen. In die omstandigheden brengen het zorgvuldigheidsbeginsel, het hoorrecht en de rechten van verdediging mee dat de directie zich ervan vergewist dat de geïnterneerde zijn standpunt op nuttige en effectieve wijze kan doen gelden. De mogelijkheid van bijstand door een advocaat vormt daarbij een noodzakelijke waarborg.
De klachtencommissie stelt vast dat de geïnterneerde werd gehoord zonder advocaat en dat uit het uiterst summiere hoorverslag niet blijkt dat hem duidelijk werd meegedeeld dat een nieuwe verlenging van de BVM werd overwogen, noch dat hij daadwerkelijk de gelegenheid kreeg zich daarover uit te spreken. Onder die omstandigheden heeft hij zijn hoorrecht niet op voldoende effectieve wijze kunnen uitoefenen.
De klacht is gegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0286 opgestart