Ga verder naar de inhoud

KC10/21-0034

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk gebaseerd op verschillende elementen: de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 9 oktober 2021; de verklaringen van het slachtoffer en de vaststelling van verwondingen aan zijn hoofd; het feit dat klager ter tuchtrechtelijke hoorzitting toegaf dat hij daden van agressie stelde (duw). De Klachtencommissie stelt vast dat er volgens het verweer van de directie geen camerabeelden voorhanden waren. Bovendien is zij van mening dat een medisch onderzoek van de handen van klager onvoldoende uitsluitsel zou geven over het feit of klager al dan niet een slag of een duw zou hebben gegeven. Tot slot stelt de Klachtencommissie, net zoals in de motivering van de tuchtbeslissing wordt aangehaald, vast dat klager het geven van een duw zélf toegeeft tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De Klachtencommissie acht het dan ook niet onredelijk dat de feiten door de directeur werden gekwalificeerd als zijnde de tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, die aan klager kon worden toegerekend. De omstandigheid dat het slachtoffer de feiten eventueel zou hebben uitgelokt, -wat niet bewezen is- doet volgens de Klachtencommissie geen afbreuk aan het feit dat er wel degelijk sprake was van fysieke agressie in hoofde van klager. De Klachtencommissie acht de sanctie van 21 dagen ATV die hiervoor werd opgelegd, redelijk. De klacht is ongegrond.