Ga verder naar de inhoud

KC10/22-0065

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GETUIGEN - KWALIFICATIE INBREUK

De omstandigheid dat tijdens de tuchtprocedure niet werd ingegaan op het verzoek een getuige te horen, houdt op zich niet in dat de rechten van klager werden geschonden. In de beslissing wordt aangegeven dat er geen enkele reden is om aan de geloofwaardigheid van de persoon die het rapport heeft opgesteld te twijfelen. Deze vaststelling motiveert voldoende de beslissing om niet in te gaan op het verzoek tot het horen van de getuige.

Uit het RAD blijkt dat klager enkel verwijten naar het hoofd van een personeelslid heeft geslingerd. Er wordt niet gemotiveerd op welke wijze het uiten van verwijten de psychische integriteit aantast. Het komt de klachtencommissie voor dat de begane inbreuk veeleer dient omschreven te worden als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, zijnde een tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie. De weerhouden inbreuk is dan ook niet correct. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De directeur moet binnen de 7 dagen een nieuwe beslissing nemen.