KC10/23-0041
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
Uit zijn klachtenformulier blijkt dat klager een klacht heeft ingediend tegen een ordemaatregel. Klager mocht immers na de controle in de douche niet meer gaan wandelen. De klachtencommissie heeft tijdens de zitting gevraagd aan de directie of in afwachting van de tuchtprocedure een voorlopige maatregel werd opgelegd, hetgeen niet het geval was. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, is deze klacht onontvankelijk.
De klachtencommissie stelt vast dat de directeur de feiten van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties bewezen acht, zich enkel baserend op de bewoordingen ‘twee kleine zakjes met wit poeder’ in het RAD, bewoordingen die vervolgens zonder meer omgevormd worden tot ‘speed’ in de motivering van de tuchtbeslissing, zonder dat daarbij, tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting noch in de motivering van de tuchtbeslissing, wordt toegelicht hoe men tot het besluit is gekomen dat de gevonden zakjes speed bevatten. Er worden geen concrete elementen, zoals geur, uitzicht, samenstelling of aard van de verpakking, door de directie aangehaald die erop zouden moeten wijzen dat de aangetroffen zakjes gevuld waren met speed. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing van de directeur de legaliteitstoets inzake artikel 144, §6 en artikel 8 van de Basiswet niet doorstaat. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
Uit zijn klachtenformulier blijkt dat klager een klacht heeft ingediend tegen een ordemaatregel. Klager mocht immers na de controle in de douche niet meer gaan wandelen. De klachtencommissie heeft tijdens de zitting gevraagd aan de directie of in afwachting van de tuchtprocedure een voorlopige maatregel werd opgelegd, hetgeen niet het geval was. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, is deze klacht onontvankelijk.
De klachtencommissie stelt vast dat de directeur de feiten van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties bewezen acht, zich enkel baserend op de bewoordingen ‘twee kleine zakjes met wit poeder’ in het RAD, bewoordingen die vervolgens zonder meer omgevormd worden tot ‘speed’ in de motivering van de tuchtbeslissing, zonder dat daarbij, tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting noch in de motivering van de tuchtbeslissing, wordt toegelicht hoe men tot het besluit is gekomen dat de gevonden zakjes speed bevatten. Er worden geen concrete elementen, zoals geur, uitzicht, samenstelling of aard van de verpakking, door de directie aangehaald die erop zouden moeten wijzen dat de aangetroffen zakjes gevuld waren met speed. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing van de directeur de legaliteitstoets inzake artikel 144, §6 en artikel 8 van de Basiswet niet doorstaat. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.