Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0051

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Andere beslissing directeur
CEL

De toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde veronderstelt een beslissing die wel degelijk behoort tot de bevoegdheid van de directie. De plaatsing van een grondslaper op de monocel van klager was bijgevolg een beslissing namens de directie, die klager individueel (be)trof. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie gaat na of de beslissing om een grondslaper te plaatsen bij klager op de monocel geen situatie creëerde die onverenigbaar was met het verbod op onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (artikel 3 EVRM). De oppervlakte van de monocel waar klager en zijn celgenoot verbleven, bedraagt 10 m². Klager sliep zelf niet op de grond en had elke dag de mogelijkheid om deel te nemen aan de wandeling. Gemiddeld kreeg hij drie keer per week bezoek. Klager moest de monocel delen met zijn celgenoot van 03.05.2023 tot 16.05.2023. Deze elementen in rekening gebracht, acht de klachtencommissie de beslissing namens de directie om een grondslaper bij klager op cel te leggen, niet onwettig noch onredelijk of onbillijk. De klacht is ongegrond.