KC10/23-0053
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Fouille op het lichaam
VORM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TERMIJN - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager schreef in zijn klacht “fouillering op het lichaam (naaktfouille) van (datum) ? zoveel”. Klager verduidelijkt in zijn klacht niet welke beslissing van de directeur hij aanvecht. Hij vermeldt geen datum van een bestreden naaktfouille. Bij gebreke aan een precieze opgave van een beslissing van de directeur is de klacht is onontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend tegen de voorlopige maatregel van 05.05.2023 maar de klacht is gedateerd op 13.05.2023 waardoor deze laattijdig werd ingediend. Echter, klager werd op 05.05.2023 op de beveiligde cel geplaatst tot aan zijn ziekenhuisopname op 07.05.2023. Bovendien was klager onder invloed van verdovende middelen toen hij verbleef op de beveiligde cel. De klachtencommissie meent dat klager de klacht tegen de voorlopige maatregel zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. De klacht is bijgevolg toch ontvankelijk. De directeur heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat hij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast wegens “onder invloed na ongestoord bezoek, weerspannig na fouille op lichaam.” De klachtencommissie meent dat de motivering van de voorlopige maatregel geen aanwijzingen bevat waaruit blijkt dat de interne veiligheid was aangetast. Uit de rapporten die aanleiding hebben gegeven tot het opleggen van de voorlopige maatregel, blijkt niet dat klager weerspannig was na het onderzoek aan het lichaam. Het rapport aan de directeur (RAD) vermeldt dat klager iets probeerde in te slikken en dat hij zich gedroeg alsof hij onder invloed was. Klager zou zich opgepept hebben gedragen en bleef maar lachen. Toen het personeel terugkwam van de celcontrole, stond klager te douchen. De adjudant had toen beslist om klager op de beveiligde cel te plaatsen. Nergens in het tuchtdossier is er echter sprake dat klager fysiek agressief zou geweest zijn of in die zin bedreigend overkwam waardoor het noodzakelijk was dat klager op de beveiligde cel werd geplaatst. De klachtencommissie is van oordeel dat de voorlopige maatregel niet voldoet aan de vereisten van de Basiswet. De klacht is gegrond. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wordt vernietigd.
Klager heeft een algemene tuchtsanctie van dertig dagen ATV gekregen wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Gelet op de uitgebreide en gedetailleerde rapporten en de bekentenis van klager dat hij wel degelijk drugs in zijn bezit had en deze had gebruikt, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.
Klager schreef in zijn klacht “fouillering op het lichaam (naaktfouille) van (datum) ? zoveel”. Klager verduidelijkt in zijn klacht niet welke beslissing van de directeur hij aanvecht. Hij vermeldt geen datum van een bestreden naaktfouille. Bij gebreke aan een precieze opgave van een beslissing van de directeur is de klacht is onontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend tegen de voorlopige maatregel van 05.05.2023 maar de klacht is gedateerd op 13.05.2023 waardoor deze laattijdig werd ingediend. Echter, klager werd op 05.05.2023 op de beveiligde cel geplaatst tot aan zijn ziekenhuisopname op 07.05.2023. Bovendien was klager onder invloed van verdovende middelen toen hij verbleef op de beveiligde cel. De klachtencommissie meent dat klager de klacht tegen de voorlopige maatregel zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. De klacht is bijgevolg toch ontvankelijk. De directeur heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat hij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast wegens “onder invloed na ongestoord bezoek, weerspannig na fouille op lichaam.” De klachtencommissie meent dat de motivering van de voorlopige maatregel geen aanwijzingen bevat waaruit blijkt dat de interne veiligheid was aangetast. Uit de rapporten die aanleiding hebben gegeven tot het opleggen van de voorlopige maatregel, blijkt niet dat klager weerspannig was na het onderzoek aan het lichaam. Het rapport aan de directeur (RAD) vermeldt dat klager iets probeerde in te slikken en dat hij zich gedroeg alsof hij onder invloed was. Klager zou zich opgepept hebben gedragen en bleef maar lachen. Toen het personeel terugkwam van de celcontrole, stond klager te douchen. De adjudant had toen beslist om klager op de beveiligde cel te plaatsen. Nergens in het tuchtdossier is er echter sprake dat klager fysiek agressief zou geweest zijn of in die zin bedreigend overkwam waardoor het noodzakelijk was dat klager op de beveiligde cel werd geplaatst. De klachtencommissie is van oordeel dat de voorlopige maatregel niet voldoet aan de vereisten van de Basiswet. De klacht is gegrond. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wordt vernietigd.
Klager heeft een algemene tuchtsanctie van dertig dagen ATV gekregen wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Gelet op de uitgebreide en gedetailleerde rapporten en de bekentenis van klager dat hij wel degelijk drugs in zijn bezit had en deze had gebruikt, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.