Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0085

Ongegrond Onontvankelijk KC - Hasselt Klachtencommissie Overplaatsing Tucht Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KLACHTENPROCEDURE - TUCHT

In de eerste plaats gaat de klacht over een incident met het personeel na het bezoek. Dit betreft een louter feitelijke omstandigheid. Op moment van de opmaak van de klacht was er ook nog geen beslissing door de directeur genomen. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, is de klacht onontvankelijk.

In tweede instantie diende klager een klacht in tegen zijn overplaatsing. Een beslissing tot overplaatsing is geen beslissing die door de directeur wordt genomen, maar door een ambtenaar van de penitentiaire administratie die daartoe door de Directeur-Generaal wordt aangewezen. De klachtencommissie is dus niet bevoegd om kennis te nemen van klachten tegen een beslissing tot overplaatsing. Tegen de beslissing tot overplaatsing dient een gedetineerde een bezwaar in te dienen bij de Directeur-Generaal van de penitentiaire administratie (DG EPI). Vervolgens kan de gedetineerde tegen de beslissing van DG EPI beroep instellen bij de Beroepscommissie. De klacht is onontvankelijk.

Tenslotte meent klager dat de tuchtsanctie die hij heeft gekregen onterecht is. De klachtencommissie heeft kennis genomen van het uitgebreide tuchtdossier. De klachtencommissie meent dat de zes rapporten op uniforme, nauwkeurige en uitgebreide wijze het gedrag van klager na het bezoek beschrijven. Klager was verbaal agressief en heeft daarbij gedreigd met geweld. Hij zou mensen van buiten optrommelen om de personeelsleden op te wachten na hun werk. Omdat klager zo uitdagend was, heeft één van de personeelsleden klager inderdaad vastgehouden. Dit wordt ook niet ontkend door het personeelslid in één van de rapporten. Toen het incident in de bezoekzaal afgelopen was, is klager samen met een medegedetineerde verhaal gaan halen bij de kwartierchef. Hij wou alle namen weten van de betrokken beambten. Hij heeft daar opnieuw bedreigingen geuit. Onderweg naar de sectie, zou klager tenslotte op een brievenbus hebben geslagen. Elk rapport bevat namen van personeelsleden die getuige waren van de feiten. Klager en zijn advocaat werden regelmatig opgeroepen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie stelt vast dat klager enkel gesanctioneerd werd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit (inbreuk van eerste categorie) gelet op doodsbedreigingen die hij heeft geuit naar het personeel. De klachtencommissie besluit dat de directie deze feiten in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren in hoofde van klager, zich baserend op de talrijke rapporten en de bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager gaf toen immers toe dat hij die zaken inderdaad kan gezegd hebben omdat hij toen zo kwaad was. De klacht is ongegrond.