Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0107

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Ordemaatregel
FOUILLE LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES - ORDEMAATREGEL - BEZOEK - ANDERE BESLISSING DIRECTEUR

De naaktfouille werd door de directeur bevolen nadat hij de melding kreeg dat de drugshond positief had gereageerd op klager na afloop van het ongestoord bezoek. De klachtencommissie meent dat deze aanwijzing voldoende individueel en concreet was om te vermoeden dat klager in het bezit was van verboden substanties én dat een onderzoek aan de kledij gelet op de aard van het vermoedelijk verboden voorwerp en het voorafgaandelijk ongestoord bezoek, bovendien niet zou volstaan om deze substanties te vinden. In tegenstelling tot wat de raadsman van klager meent, vereist de Basiswet niet dat een naaktfouille moet worden voorafgegaan door een onderzoek aan de kledij. Wanneer de directeur meent dat een minder ingrijpende methode, zoals een fouille op de kledij, niet zou volstaan om de vermoedelijk verboden voorwerpen of substanties te vinden, moet men wel motiveren waarom dat zo is. Dat klager de schriftelijke beslissing nog niet had ontvangen op het moment van de naaktfouille, maakt de beslissing niet onwettig aangezien de directie na de uitvoering van de naaktfouille 24 uur de tijd heeft om haar mondelinge beslissing schriftelijk mee te delen aan de gedetineerde. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. De klacht is ongegrond.

Naast de beslissing om een naaktfouille op te leggen, klaagt klager ook de wijze waarop de naaktfouille werd uitgevoerd, aan. In het voorliggend dossier voert klager aan dat hij geen handdoek kreeg, hoewel hij hier meermaals om verzocht heeft. De directie heeft geen redenen om aan te nemen dat haar personeel dit aspect van de uitvoering van een naaktfouille niet heeft nageleefd. Bovendien liggen er altijd handdoeken in de kamer voor ongestoord bezoek. Klager zei dat er enkel gebruikte handdoeken lagen. Er werd geen observatienota of RAD opgemaakt over de uitvoering van de naaktfouille en de vaststellingen gedaan tijdens de naaktfouille. De klachtencommissie is van oordeel dat twijfel in het voordeel van klager dient te worden uitgelegd. De klachtencommissie is van oordeel dat de uitvoering van de fouille gebrekkig was in zoverre er niet automatisch een handdoek werd verstrekt aan klager. Er is sprake van een schending van de Basiswet in samenhang gelezen met de procedure zoals opgelegd door bijlage 3 van CB 141. De klacht is gegrond.

Klager had diezelfde dag een afspraak met zijn privétherapeut die naar de gevangenis ging komen. Klager en zijn therapeut kregen echter de boodschap dat deze afspraak niet kon doorgaan omwille van de drugs die werden gevonden tijdens de naaktfouille. Het ontzeggen van bezoek kan enkel gebeuren door middel van een tuchtsanctie, een ordemaatregel, een bijzondere veiligheidsmaatregel of een voorlopige maatregel. Dit zijn allemaal beslissingen waarvan de Basiswet voorschrijft dat enkel de directeur deze kan opleggen. De directie benadrukt dat zij hierin geen beslissing heeft genomen en dat het personeel dit op eigen houtje heeft beslist. Beslissingen namens de directie omvatten beslissingen genomen door personen die onder het gezag staan van de directeur. Volgens de directie nam iemand van het bewakingspersoneel de beslissing dat klager zijn therapeut niet kon zien. Bijgevolg is de klacht ontvankelijk. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat deze beslissing onwettig was aangezien enkel de directie bevoegd is om bezoek te ontzeggen. De klacht is gegrond.

Naar aanleiding van de vondst van 52 gram hasj tijdens de naaktfouille, uitgevoerd na afloop van het ongestoord bezoek, besliste de directeur bij ordemaatregel dat het bezoek tussen klager en zijn partner diende te gebeuren achter glas. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de uitgebreide schriftelijke ordemaatregel. De klachtencommissie stelt vast dat de motivering van de ordemaatregel verwijst naar het ernstig overtreden van de bezoekregeling door klager én zijn bezoekster. De klachtencommissie is van oordeel dat de verklaring van klager dat hij de blok hasj al bij zich had voor het ongestoord bezoek, ongeloofwaardig is. De klachtencommissie besluit dat de hasj werd binnengebracht via het bezoek. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de bestreden beslissing een proportionele, effectieve en preventieve maatregel is, met de bedoeling om nieuwe drugssmokkel via het bezoek tegen te houden. Deze finaliteit verschilt van het bestraffend karakter dat de tuchtsanctie heeft. De klachtencommissie besluit dat de directeur de voorwaarden van de Basiswet en CB nr. 107 correct heeft toegepast. De klacht is ongegrond.