Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0127

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - SANCTIE

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van een medegedetineerde en een personeelslid, een tuchtinbreuk van eerste categorie. Tijdens de zitting gaf klager toe het personeelslid beledigd te hebben. Hij besefte ook dat hij dit niet had mogen zeggen. Hij geeft toe dat hij de laatste tijd verbaal agressief is. Volgens hem zei de medegedetineerde “ge zult zien wat de gevolgen gaan zijn”. Klager vindt dat die medegedetineerde zich niet moest moeien. In tegenstelling tot de inhoud van zijn klacht, heeft klager niets verklaard over bedreigingen in ruil voor een gsm of drugs. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit bewezen kon verklaren in hoofde van klager op grond van de duidelijke vaststellingen in het RAD, bevestigd door een getuige, en de eigen verklaringen van klager tijdens de hoorzitting. De klachtencommissie meent dat klager bijzonder ongepast heeft gereageerd naar het personeelslid toe die alleen maar vroeg om te stoppen met roepen. Ook de medegedetineerde mocht het bekopen terwijl hij het alleen maar opnam voor het personeelslid in kwestie. De klachtencommissie benadrukt dat klager in de bestreden tuchtbeslissing niet tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd voor de beschadiging van de kappersmantel.

Klager werd gesanctioneerd met een algemene tuchtsanctie van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie op zich staand wettig was. Uit de tuchtbeslissing blijkt echter dat klager zich in zijn proeftijd bevond ingevolge een eerdere tuchtsanctie die gedeeltelijk voorwaardelijk werd opgelegd. Door het plegen van een nieuwe tuchtinbreuk, heeft de directeur conform de Basiswet beslist dat de veertien dagen uitgesproken met uitstel, toch ten uitvoer gelegd moeten worden. Bijgevolg moet klager in totaal 35 dagen ATV (21 + 14) uitzitten. Opeenvolgende ATV-sancties mogen echter in totaal de dertig dagen niet overschrijden. Gelet op de maximumtermijn van dertig dagen ATV bij opeenvolgende ATV-sancties en de voorwaardelijke sanctie van veertien dagen ATV die alsnog uitvoerbaar werd, kon de directeur maximaal zestien dagen ATV opleggen en geen 21 dagen. De bestreden tuchtsanctie van 21 dagen ATV werd opgelegd in strijd met de Basiswet. De klacht is bijgevolg gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in de mate waarin de tuchtsanctie op méér dan zestien dagen ATV werd bepaald.