Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0161

Ongegrond Onontvankelijk KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - TERMIJN - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS

De klachtencommissie stelt op basis van de meegedeelde individuele beslissing tot fouillering op het lichaam vast dat er op 16.11.2023 een naaktfouille werd uitgevoerd bij klager omwille van een positieve reactie van een drugshond. Klager heeft zijn klacht tegen deze naaktfouille pas ingediend op 24.11.2023. De termijn om een klacht in te dienen tegen deze beslissing werd dan ook overschreden. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend. De klacht is onontvankelijk.

De klachtencommissie nam kennis van het tuchtdossier dat één rapport aan de directeur (RAD) bevat. Volgens het RAD werd er die dag een controle met de drugshond uitgevoerd in de gevangenis. De drugshond zou volgens het RAD positief hebben gereageerd op klager. Vervolgens werd klager onderworpen aan de bestreden naaktfouille. Tijdens deze naaktfouille werd volgens de beambten niets gevonden, hetgeen klager ook schrijft in zijn klacht. Volgens het RAD werd ook een celcontrole uitgevoerd in de cel van klager. Tijdens deze controle zouden de opsteller van het RAD en zijn collega een restant van wit poeder hebben aangetroffen op de badge van klager die op het schabje boven de TV lag. Bij aanvang van de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf klager een geschreven verklaring van zijn celgenoot af aan de directie. De verklaring werd gevoegd bij het tuchtdossier. Volgens de verklaring was de celgenoot van klager al bij de directie langs geweest om te bekennen dat de witte substantie die op de badge was gevonden, van hem was en niet van klager. De directie vroeg zich toch af waarom de drugshond dan reageerde bij klager en niet bij zijn celgenoot.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren en kon toerekenen aan klager gelet op de vaststelling dat de drugshond positief reageerde op klager en niet op zijn celgenoot. Ondanks klager bij zijn klacht een ondertekende verklaring van zijn celgenoot voegde, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie terecht geen rekening hield met de niet-ondertekende verklaring die werd afgegeven tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, temeer omdat de verklaringen van klager en zijn celgenoot ongeloofwaardig klinken. De klachtencommissie meent immers dat het ongeloofwaardig is dat de celgenoot van klager zijn eigen badge niet gebruikte en dat de spontane bekentenis niet werd gedaan ten overstaan van de opsteller van het RAD.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie van veertien dagen ATV wettig was en bijzonder mild gelet op de aard van de inbreuk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.