Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0177

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS - SANCTIE

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier van klager. Het tuchtdossier bevat één rapport aan de directeur (RAD). Volgens het RAD stond klager aan de gril te wachten om naar de tandarts te gaan toen de opsteller van het RAD luid geroep hoorde. Opsteller zag vervolgens hoe een medegedetineerde enkele vuistslagen gaf aan klager, die prompt enkele slagen terug gaf. Het zou overigens niet de eerste keer zijn dat beide gedetineerden slaags geraken als ze elkaar kruisen. Opsteller is samen met twee collega’s tussen gekomen om beiden uit elkaar te halen. Tijdens de strubbelingen zou de collega van opsteller ook een slag in zijn gezicht hebben gekregen. Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt de klachtencommissie vast dat klager niet ontkende dat er eerder al een incident was met dezelfde gedetineerde. Klager zou worden bedreigd. Vervolgens verklaarde klager dat hij werd aangevallen waarop hij als reactie heeft teruggeslagen. De directeur sanctioneerde klager wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie.

Gelet op zijn bekentenis tijdens de hoorzitting, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Het staat vast dat klager heeft geslagen. Het is daarbij irrelevant wie de vechtpartij heeft gestart. Dat klager werd aangevallen, is wel een belangrijk element in de bepaling van de tuchtsanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV effectief meer zeven dagen ATV met uitstel gedurende 60 dagen. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie meent dat de directie verzachtende omstandigheden heeft aangenomen waardoor zij een milde sanctie heeft opgelegd in vergelijking met de ernst van inbreuk, namelijk fysieke agressie, waarbij bovendien ook een personeelslid bij betrokken werd. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond.