Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0004

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS

Klager heeft een klacht ingediend tegen de tuchtbeslissing. Klager ontkent agressief te zijn geweest. Volgens het RAD kwam klager tijdens de etensbedeling heel kwaad en verward over. Even later bij het insluiten van de wandeling, passeerde klager de opsteller en riep hij iets in een taal die de opsteller niet begreep. Klager zou hierbij een spuwende beweging hebben gemaakt. De opsteller van het RAD zou hierop gezegd hebben “dat gaan we niet doen, ga maar in de cel.” Klager zou vervolgens de deur open hebben getrokken en gezegd hebben “gij moet mij met rust laten” waarna hij zijn celdeur tegen de arm van de opsteller smeet. De directeur sanctioneerde klager wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, een inbreuk van tweede categorie. De klachtencommissie meent dat het rapport aan de directeur uitgebreid en gedetailleerd werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door twee collega’s die getuigen waren van de feiten. Gelet op hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, meent de klachtencommissie daarenboven dat klager niet ontkende dat er een conflict was met de beambte. De manier waarop klager volgens het RAD reageerde op de beambte die louter smakelijk zei, getuigt van bijzonder weinig respect. Tot slot stelt de klachtencommissie vast dat in het rapport staat geschreven dat klager de deur tegen de arm opsteller smeet. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon verklaren in hoofde van klager en dat zij de feiten correct heeft gekwalificeerd. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie van zeven dagen ATV wettig was. De klachtencommissie meent dat de opgelegde sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. De klacht is ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.