KC10/24-0024
Ongegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
BEZOEK - PRIVELEVEN
Klager had aan de directie gevraagd of hij kon deelnemen aan een online vergadering over zijn pluszoon. De directie heeft de deelname van klager aan een online vergadering met verschillende hulpinstanties niet geweigerd maar de planning van de deelname is problematisch. De directie besliste dat klager zijn deelname aan een vergadering moet inplannen op het moment dat hij en zijn echtgenote videobezoek hebben gereserveerd. In de gevangenis van Hasselt kan videobezoek gereserveerd worden op de volgende momenten: op werkdagen tussen 12:30 en 15:30, op zaterdag, zondag en feestdagen is videobezoek mogelijk in de voormiddag van 8u30 tem 11u30 en in de namiddag van 12u30 tem 15u30. Uit de verklaringen van klager ter zitting blijkt dat, voor wat betreft de hulpverlening, de vergadering enkel in de voormiddag van maandag tot en met vrijdag kan worden ingepland.
Bij gebreke aan een wettelijk kader over de deelname aan online vergaderingen, toetst de klachtencommissie de beslissing van de directie aan criteria van de redelijkheid en billijkheid. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat geen enkel stuk voorligt waaruit blijkt dat de instanties die zouden deelnemen aan de vergadering (o.a. een consulent bij de jeugdrechtbank) de aanwezigheid van klager tijdens de vergadering eisen of wenselijk achten. Bovendien meent de klachtencommissie dat de directie voldoende inspanningen heeft geleverd door verschillende pistes te onderzoeken opdat klager alsnog kon deelnemen aan de vergadering. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan de conclusie van de directie dat zij in de onmogelijkheid is om in de voormiddag op werkdagen een lokaal met internettoegang ter beschikking te stellen van klager zonder hierdoor het gemeenschappelijk belang van verschillende gedetineerden op te offeren aan het individueel belang van klager. Tot slot is de klachtencommissie van oordeel dat niets belet dat klager individueel contact heeft met elk van de gesprekspartners. Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de beslissing van de directie niet onredelijk of onbillijk was. De klacht is ongegrond.
Klager had aan de directie gevraagd of hij kon deelnemen aan een online vergadering over zijn pluszoon. De directie heeft de deelname van klager aan een online vergadering met verschillende hulpinstanties niet geweigerd maar de planning van de deelname is problematisch. De directie besliste dat klager zijn deelname aan een vergadering moet inplannen op het moment dat hij en zijn echtgenote videobezoek hebben gereserveerd. In de gevangenis van Hasselt kan videobezoek gereserveerd worden op de volgende momenten: op werkdagen tussen 12:30 en 15:30, op zaterdag, zondag en feestdagen is videobezoek mogelijk in de voormiddag van 8u30 tem 11u30 en in de namiddag van 12u30 tem 15u30. Uit de verklaringen van klager ter zitting blijkt dat, voor wat betreft de hulpverlening, de vergadering enkel in de voormiddag van maandag tot en met vrijdag kan worden ingepland.
Bij gebreke aan een wettelijk kader over de deelname aan online vergaderingen, toetst de klachtencommissie de beslissing van de directie aan criteria van de redelijkheid en billijkheid. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat geen enkel stuk voorligt waaruit blijkt dat de instanties die zouden deelnemen aan de vergadering (o.a. een consulent bij de jeugdrechtbank) de aanwezigheid van klager tijdens de vergadering eisen of wenselijk achten. Bovendien meent de klachtencommissie dat de directie voldoende inspanningen heeft geleverd door verschillende pistes te onderzoeken opdat klager alsnog kon deelnemen aan de vergadering. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan de conclusie van de directie dat zij in de onmogelijkheid is om in de voormiddag op werkdagen een lokaal met internettoegang ter beschikking te stellen van klager zonder hierdoor het gemeenschappelijk belang van verschillende gedetineerden op te offeren aan het individueel belang van klager. Tot slot is de klachtencommissie van oordeel dat niets belet dat klager individueel contact heeft met elk van de gesprekspartners. Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de beslissing van de directie niet onredelijk of onbillijk was. De klacht is ongegrond.