KC10/24-0055
Ongegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
BEZOEK - MOTIVERING - PROPORTIONALITEIT
Klager wil ongestoord bezoek met zijn partner waarmee hij reeds een relatie had voor detentie en waarmee hij heeft samengewoond. Uit de schriftelijke weigeringsbeslissing blijkt dat de directie meent dat de persoonlijkheid van klager een contra-indicatie vormt voor de goedkeuring van het ongestoord bezoek. Vooral het risico op agressie naar zijn partner toe wordt gevreesd en wordt gesteund op gerechtelijke info én zijn gedrag tijdens detentie. Er wordt onder andere verwezen naar de interneringsmaatregel uitgesproken voor feiten van bedreiging met een aanslag en belaging ten aanzien van zijn huidige partner en het forensisch psychiatrisch deskundigenverslag waarin er sprake is van een complexe psychiatrische problematiek waarbij klager onvoldoende in staat is om zijn emoties en gedrag adequaat te reguleren. Om zijn gedrag tijdens detentie te staven, wordt verwezen naar zijn aankomst in de gevangenis, tussenkomsten door het interventieteam en bijzondere veiligheidsmaatregelen. De klachtencommissie is door verschillende klachtendossiers ook op de hoogte, onder andere van het rapport aan de directeur (RAD) dat werd opgemaakt omdat klager na het bezoek van zijn partner in het bezit werd gevonden van hasj en wiet (KC10/24-0001) en de bijzondere veiligheidsmaatregel die werd opgelegd omwille van bedreigingen naar de directie toe in verband met zijn vraag voor ongestoord bezoek (KC10/24-0046). Anderzijds heeft de klachtencommissie aan de hand van de bezoekhistoriek vastgesteld dat klager en zijn partner inderdaad heel regelmatig bezoek hebben. Het klachtenbureau meldde overigens dat zover zij wisten, er geen problemen werden gemeld met het bezoek van zijn partner. De klachtencommissie besluit dat de beslissing om het ongestoord bezoek tijdelijk te weigeren een wettige beslissing was die bovendien niet onredelijk of onbillijk was gelet op de recente interneringsmaatregel voor intrafamiliaal geweld. De klachtencommissie begrijpt dat de directie voorzichtig is in het toekennen van een vorm van bezoek waarbij er geen toezicht is. De klachtencommissie begrijpt ook dat deze beslissing frustrerend aanvoelt voor klager wanneer hij meent dat hij zich al heeft bewezen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat klager nog niet heeft bewezen dat hij zich gedurende een lange periode kan onthouden van grensoverschrijdend gedrag. Klager heeft over drie maanden een nieuwe kans. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager wil ongestoord bezoek met zijn partner waarmee hij reeds een relatie had voor detentie en waarmee hij heeft samengewoond. Uit de schriftelijke weigeringsbeslissing blijkt dat de directie meent dat de persoonlijkheid van klager een contra-indicatie vormt voor de goedkeuring van het ongestoord bezoek. Vooral het risico op agressie naar zijn partner toe wordt gevreesd en wordt gesteund op gerechtelijke info én zijn gedrag tijdens detentie. Er wordt onder andere verwezen naar de interneringsmaatregel uitgesproken voor feiten van bedreiging met een aanslag en belaging ten aanzien van zijn huidige partner en het forensisch psychiatrisch deskundigenverslag waarin er sprake is van een complexe psychiatrische problematiek waarbij klager onvoldoende in staat is om zijn emoties en gedrag adequaat te reguleren. Om zijn gedrag tijdens detentie te staven, wordt verwezen naar zijn aankomst in de gevangenis, tussenkomsten door het interventieteam en bijzondere veiligheidsmaatregelen. De klachtencommissie is door verschillende klachtendossiers ook op de hoogte, onder andere van het rapport aan de directeur (RAD) dat werd opgemaakt omdat klager na het bezoek van zijn partner in het bezit werd gevonden van hasj en wiet (KC10/24-0001) en de bijzondere veiligheidsmaatregel die werd opgelegd omwille van bedreigingen naar de directie toe in verband met zijn vraag voor ongestoord bezoek (KC10/24-0046). Anderzijds heeft de klachtencommissie aan de hand van de bezoekhistoriek vastgesteld dat klager en zijn partner inderdaad heel regelmatig bezoek hebben. Het klachtenbureau meldde overigens dat zover zij wisten, er geen problemen werden gemeld met het bezoek van zijn partner. De klachtencommissie besluit dat de beslissing om het ongestoord bezoek tijdelijk te weigeren een wettige beslissing was die bovendien niet onredelijk of onbillijk was gelet op de recente interneringsmaatregel voor intrafamiliaal geweld. De klachtencommissie begrijpt dat de directie voorzichtig is in het toekennen van een vorm van bezoek waarbij er geen toezicht is. De klachtencommissie begrijpt ook dat deze beslissing frustrerend aanvoelt voor klager wanneer hij meent dat hij zich al heeft bewezen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat klager nog niet heeft bewezen dat hij zich gedurende een lange periode kan onthouden van grensoverschrijdend gedrag. Klager heeft over drie maanden een nieuwe kans. Om deze redenen is de klacht ongegrond.