Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0062

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een inbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van het dreigen met geweld tegen een personeelslid. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Of klager gezegd zou hebben dat hij in het verleden het hoofd van een beambte had willen inslaan of dat hij dat zou doen de volgende keer dat hij haar zag, is voor de klachtencommissie irrelevant. De klachtencommissie benadrukt dat dit in elk geval een ernstige en concrete bedreiging van de fysieke integriteit van de beambte uitmaakt. Volgens klager heeft de klachtencommissie in KC10/23-0014 geoordeeld dat bedreigingen geen tuchtrechtelijke inbreuk uitmaken waardoor de klachtencommissie de tuchtbeslissing had vernietigd. Dit is echter een verkeerde interpretatie van de uitspraak. De klachtencommissie had de tuchtbeslissing toen vernietigd omdat zij van oordeel was dat de feitenvinding niet zorgvuldig was gebeurd. In KC10/23-0009 had klager bovendien ook een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing die hij opgelegd had gekregen wegens het uiten van bedreigingen en de klachtencommissie heeft zijn klacht toen ongegrond verklaard. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie zelfs mild was gelet op de ernst van de bedreiging, het gebrek aan schuldinzicht van klager en zijn eerdere sanctie van 11.01.2023 voor gelijkaardige feiten. Om deze redenen is de klacht ongegrond.