TUCHT - SANCTIE - VOORLOPIGE MAATREGEL
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, een tuchtinbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie stelt vast dat het RAD in de eerste plaats inderdaad beschrijft hoe klager een medegedetineerde tegenhoudt omdat die een andere gedetineerde wil aanvallen. In die zin strookt de verklaring van klager met de feiten. Vervolgens stelt het RAD echter dat er verschillende vechtpartijen ontstaan op de wandeling en staat duidelijk beschreven dat klager geïdentificeerd wordt als de dader die een gedetineerde die op de grond ligt, herhaaldelijk tegen het hoofd stampt. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ook ondertekend door een getuige. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie op zichzelf was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de agressie en de eerdere tuchtsanctie wegens een gevecht. De klachtencommissie stelt weliswaar vast dat de tuchtsanctie werd opgelegd vanaf 14.06.2024 tot en met 05.07.2024 terwijl klager sinds 11.06.2024 in de beveiligde cel verbleef onder voorlopige maatregel. De Basiswet voorziet dat wanneer de voorlopige maatregel omgevormd wordt naar een gelijkaardige tuchtsanctie, de tijd van de voorlopige maatregel in mindering van de tuchtsanctie moet worden gebracht. De tijd dat klager in afwachting van de betekening van de tuchtbeslissing in de beveiligde cel verbleef, werd niet afgetrokken van de ATV-sanctie. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de tuchtsanctie blijft doorlopen na 20u15 op 2 juli 2024. De klachtencommissie kreeg intussen de bevestiging dat dit reeds werd aangepast in het tuchtregister van klager.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, een tuchtinbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie stelt vast dat het RAD in de eerste plaats inderdaad beschrijft hoe klager een medegedetineerde tegenhoudt omdat die een andere gedetineerde wil aanvallen. In die zin strookt de verklaring van klager met de feiten. Vervolgens stelt het RAD echter dat er verschillende vechtpartijen ontstaan op de wandeling en staat duidelijk beschreven dat klager geïdentificeerd wordt als de dader die een gedetineerde die op de grond ligt, herhaaldelijk tegen het hoofd stampt. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ook ondertekend door een getuige. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie op zichzelf was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de agressie en de eerdere tuchtsanctie wegens een gevecht. De klachtencommissie stelt weliswaar vast dat de tuchtsanctie werd opgelegd vanaf 14.06.2024 tot en met 05.07.2024 terwijl klager sinds 11.06.2024 in de beveiligde cel verbleef onder voorlopige maatregel. De Basiswet voorziet dat wanneer de voorlopige maatregel omgevormd wordt naar een gelijkaardige tuchtsanctie, de tijd van de voorlopige maatregel in mindering van de tuchtsanctie moet worden gebracht. De tijd dat klager in afwachting van de betekening van de tuchtbeslissing in de beveiligde cel verbleef, werd niet afgetrokken van de ATV-sanctie. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de tuchtsanctie blijft doorlopen na 20u15 op 2 juli 2024. De klachtencommissie kreeg intussen de bevestiging dat dit reeds werd aangepast in het tuchtregister van klager.