TUCHT - SANCTIE
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Een beambte stelde een RAD op omdat klager misbruik had gemaakt van de drukte om desondanks zijn lopende ATV-sanctie, te gaan wandelen. Klager stond klaar voor de beweging waardoor de beambte hem loste. Toen de beambte doorkreeg dat klager onder ATV stond, heeft hij de adjudant en kwartierchef verwittigd die op hun beurt klager hebben binnengeroepen van de wandeling, een bevel dat klager negeerde.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager van mening was dat hij niet in fout was. Hij was verward en was vergeten dat hij onder ATV stond. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD opgemaakt en ondertekend door twee getuigen, de adjudant en de kwartierchef. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Zelfs in de veronderstelling dat klager was vergeten dat hij onder ATV stond, hetgeen de klachtencommissie ongeloofwaardig acht aangezien er normaal een sticker kleeft aan de celdeur die aangeeft wanneer een gedetineerde onder ATV staat, meent de klachtencommissie dat de tuchtinbreuk is bewezen doordat klager het bevel van de adjudant die klager naar binnenriep, heeft genegeerd. Op dat moment wist klager immers dat hij in fout was en had hij naar binnen moeten komen.
De directeur legde een voorwaardelijke algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De klachtencommissie stelt aan de hand van het tuchtregister van klager vast dat klager deze inbreuk heeft begaan tijdens een lopende ATV-sanctie. De klachtencommissie meent dat het opleggen van een voorwaardelijke ATV-sanctie geen verlenging van de ATV-sanctie in uitvoering was, zoals in de zin van artikel 142 van de Basiswet, waardoor de opgelegde voorwaardelijke ATV-sanctie in het licht van de recente uitspraak van de Raad van State, wettig was. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de sanctie ook mild was hoewel eerder een gelijkaardige inbreuk werd meegedeeld waar toen geen gevolg aan werd gegeven. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Een beambte stelde een RAD op omdat klager misbruik had gemaakt van de drukte om desondanks zijn lopende ATV-sanctie, te gaan wandelen. Klager stond klaar voor de beweging waardoor de beambte hem loste. Toen de beambte doorkreeg dat klager onder ATV stond, heeft hij de adjudant en kwartierchef verwittigd die op hun beurt klager hebben binnengeroepen van de wandeling, een bevel dat klager negeerde.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager van mening was dat hij niet in fout was. Hij was verward en was vergeten dat hij onder ATV stond. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD opgemaakt en ondertekend door twee getuigen, de adjudant en de kwartierchef. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Zelfs in de veronderstelling dat klager was vergeten dat hij onder ATV stond, hetgeen de klachtencommissie ongeloofwaardig acht aangezien er normaal een sticker kleeft aan de celdeur die aangeeft wanneer een gedetineerde onder ATV staat, meent de klachtencommissie dat de tuchtinbreuk is bewezen doordat klager het bevel van de adjudant die klager naar binnenriep, heeft genegeerd. Op dat moment wist klager immers dat hij in fout was en had hij naar binnen moeten komen.
De directeur legde een voorwaardelijke algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De klachtencommissie stelt aan de hand van het tuchtregister van klager vast dat klager deze inbreuk heeft begaan tijdens een lopende ATV-sanctie. De klachtencommissie meent dat het opleggen van een voorwaardelijke ATV-sanctie geen verlenging van de ATV-sanctie in uitvoering was, zoals in de zin van artikel 142 van de Basiswet, waardoor de opgelegde voorwaardelijke ATV-sanctie in het licht van de recente uitspraak van de Raad van State, wettig was. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de sanctie ook mild was hoewel eerder een gelijkaardige inbreuk werd meegedeeld waar toen geen gevolg aan werd gegeven. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.